Hoe de Renault Eolab uit 2014 nog steeds invloed heeft op nieuwe auto’s
Vaak zijn studiemodellen ver-van-ons-bedshows met allerlei onpraktische, peperdure details. In de Renault Eolab die in 2014 op de Salon van Parijs stond, herkennen we daarentegen veel van wat later werkelijkheid werd.
Terwijl we in oktober 2014 overdag uit volle borst Happy van Pharrell Williams meeblèrden, keken we ‘s avonds bezorgd naar de tv-beelden van de ebola-uitbraak in West-Afrika.
Zulke tegenstellingen ontbraken bij de Renault Eolab. Dat was geen auto die ’s morgens in MPV-gedaante de kinderen autonoom rijdend naar school bracht, om zich ’s middags bij toverslag te veranderen in een sportieve coupé waarmee jij dijkweggetjes onveilig kon maken. En nee, in het weekend werd het ook geen vierwielaangedreven SUV om de ongerepte Dwingelose heide mee te bedwingen.
Maximale grip, korte remwegen en nauwkeurige handling op natte én droge wegen voor ultieme sportieve controle.
Renault Eolab lijkt op huidige én vorige Clio
De Eolab was een vrij nuchtere, zij het elegante vijfdeurs auto die de nodige uiterlijke overeenkomsten vertoont met de huidige én vorige Clio. Niet zo gek, want onze landgenoot Laurens van den Acker zat in 2014 ook al hoog in Renaults designboom.
Ondanks z’n relatief onopvallende verschijning, was het studiemodel stiekem een laboratorium op wielen. Renault gebruikte de Eolab om te onderzoeken hoe ver je kon gaan met gewichtsbesparing, aerodynamica en hybride-aandrijving – lang voordat het eerste E-Tech-model op de markt kwam.
Zuinigheid als obsessie
Met de Eolab wilde Renault laten zien hoe zuinig een conventionele auto kon zijn. De Eolab moest 1 op 100 rijden, wat deels te danken was aan verregaande gewichtsbesparing. Een carrosserie van magnesium, aluminium en ultralichte staalsoorten zorgde voor een gewicht van 995 kilo, ruim 300 minder dan een reguliere Clio van toen.
Maar ook actieve aerodynamica – zeldzaam in het B-segment – hielp mee. De wielkasten konden zelfs sluiten tijdens het rijden om de luchtweerstandscoëfficiënt te verlagen tot 0,235.
Het begin van Renaults hybride-familie
Onder de kap lagen een 75 pk sterke 1,0-liter driecilinder en een elektromotor met 54 pk, gekoppeld aan een transmissie zonder koppeling. Deze aandrijflijn vormde de basis voor Renaults latere hybride-familie.
Modern maar niet onrealistisch
Binnenin oogde de Eolab modern, maar zeker niet onrealistisch. Een groot staand infotainmentscherm, digitale meters en een minimalistische middenconsole – elementen die we inmiddels kennen van Renaults huidige productiemodellen.
Wat we tot dusver niet hebben teruggezien bij in serie gebouwde Renaults, zijn de suicide-achterdeuren, de ontbrekende B-stijlen en de volledig greeploze portieren.
Waarom hij nooit kwam
Hoe knap het concept ook was, het had één groot probleem: het was onbetaalbaar. Magnesium plaatwerk, exotische composietmaterialen en complexe actieve aerodynamica zijn prachtig voor een beursvloer, maar onmogelijk voor een auto in het B-segment. Daarom bleef de Eolab een eenmalige demonstratie.
De techniek verdween echter niet: Renault nam talloze lessen mee naar latere modellen, vooral op het gebied van gewichtsbesparing en hybridesystemen. Maar ook de lijnen van de neus zagen we later terug bij ‘gewone’ Renaults, inclusief de talloze led-elementjes in de grille en de smalle, lintvormige dagrijlichten.
En wat dacht je van het recordgrote Solarbay-dak van de huidige Espace? Ook daarvan liet de Eolab al de voorbode zien.
Vind je studiemodellen ook zo leuk? Meld je aan voor onze nieuwsbrief!
Invloedrijk studiemodel
Nu Renault stevig inzet op EV's zoals de Mégane E-Tech, de R5 en de aankomende Twingo, voelt de Eolab bijna profetisch. Hij liet tien jaar geleden al zien hoe efficiënt een compacte Renault kon zijn. Geen extravagante showcar, maar wél een van de meest invloedrijke studies uit het moderne Renault-tijdperk.
De Tiguan is de perfecte mix tussen kracht en comfort. Nu als hybride met 125 km* elektrisch rijbereik. Nu vanaf € 49.990.