Pauls eerste Porsche 911 was een nachtmerrie, daarom kocht hij er nog één ...
Paul Tolboom begon zijn autocarrière met een gratis Japanner, die rijp bleek voor de sloop. Jaren later kwam dé droomauto, een Porsche 911 Cabrio uit 1987. Het werd een nachtmerrie. Die weerhield Paul er niet van om z’n 911-geluk nogmaals te beproeven.
Als jonge autoliefhebber hapte de - nog rijbewijsloze - Paul iets te snel toe toen hem een gratis Mazda 1300 Estate werd aangeboden. Het ding had maandenlang pogingen gedaan om in de begroeiing van een achtertuin op te gaan en was hard aan recycling toe.
“Hij bleek zo slecht, dat ik de openbare weg niet eens op ben geweest. Mijn eerste auto waarmee ik daadwerkelijk heb gereden, was een Mini 850. In die tijd surfte ik veel en als je dan 100 reed met de surfplank op het dak, steeg-ie bijna op.”
Roestige Renault
Onder de vroege vogels in Pauls autofoto-archief zien we ook een Renault 14, het Franse antwoord op de Volkswagen Golf I. Een belangrijke auto dus, toch is-ie vrijwel vergeten. Daar is minstens één goede reden voor: “Hij was nog geen vijf jaar oud, toch moest ik aan de achterkant al verstevigingen laten lassen, want hij zakte bijna door z’n veren heen. Wat een roestbak!”
Met een Ford Capri van de weg geplukt
Na de R14 volgde Pauls eerste sportieve auto, een Ford Capri S 2.0 V6 van de laatste generatie. “Daarmee ben ik door de marechaussee van de weg geplukt. Ik was destijds gelegerd in Schaarsbergen en dreigde te laat te komen voor het maandagochtendappel.
Op de binnenweg richting kazerne mocht je 80, en ik knalde met 120 km/h de marechaussee voorbij, haha. Ik kwam er met een waarschuwing vanaf. En ik verscheen alsnog te laat op appel.”
Jonge Honda-fan
Bij zijn allereerste auto’s was Paul dus nog niet zo merkvast, maar daar kwam snel verandering in: “Na de Capri kocht ik een Honda Civic, zo eentje met zwarte achterklep. Het was een 1.5i GT, met dezelfde motor als de CRX. Voor die tijd was dat ding echt bloedsnel. Hij had iets van 100 pk en hij woog niks.” Er volgden meer Civics, waaronder een CRX en ook een Accord vond z’n weg naar huize Tolboom.
Eenkennig werd Paul echter niet; hij heeft ook twee Saabs gehad, een aantal BMW’s, een Audi A4 en hij reed zelfs een tijdje een oudere Volvo 850 als dagelijkse auto. “Kostte maar 1100 euro en ik heb er ook nog de Carbage Run naar Finland mee gereden. Degelijke auto met een prachtig geluid!”
Gerepareerd met tiewraps
In de tijd dat de dagelijkse (lease-)auto’s wat minder spannend werden, had Paul voor sportieve escapades in het weekend een motorfiets tot z’n beschikking. Maar toen er kleine Tolboompjes kwamen, vond Pauls vrouw dat gejakker op twee wielen geen goed idee meer.
In plaats daarvan kwamen er een Mazda MX-5 van de eerste generatie en later een MK Indy. “Dat is een Britse kitcar, een replica van de Lotus Super Seven. Met een 150 pk sterke Kawasaki-motor onder de kap, die je tot 11.000 toeren kunt doortrappen! Je moet er geen ongeluk mee krijgen, want het plaatwerk is flinterdun en hij weegt maar zo’n 500 kilo.
Sensationeel, alleen hebben ze me meermaals moeten afslepen. Meestal als gevolg van bouwproblemen, want de motor was prima. Eén keer was er iets met het gaspedaal, maar na een provisorische reparatie met tiewraps kon ik op eigen kracht thuiskomen.”
Porsche 911 als droomauto
Hoe ben je uiteindelijk bij de 911 terechtgekomen? “Eigenlijk is de Porsche 911 al sinds mijn jeugd mijn droomauto. Ik had geen 911-posters op mijn kamer hangen, maar als jochie wist ik al wel dat ik later bij de Rijkspolitie wilde. Puur omdat ik dan in een Porsche 911 Targa kon rijden, zoals de snelwegpolitie destijds ...”
“Hij gooide de Porsche-sleutel naar me toe - dat had hij niet moeten doen.”
In plaats van bij de politie, kwam Paul in de financiële wereld terecht en duurde het nog jaren voordat-ie achter het stuur van een Porsche plaatsnam. "Eind jaren 90 zou ik een klant ophalen met mijn leaseauto om een pand te gaan bekijken. Het was een prachtige zomerdag en daarom stelde de man voor dat we zijn Porsche Boxster zouden nemen.
Na de bezichtiging riep hij: ‘hier, vangen’, en gooide de Boxster-sleutel naar me toe. Dat had hij niet moeten doen … Wat een ervaring! Die boxermotor die in je nek ligt te hijgen en als je dan doortrekt in de versnellingen, klinkt dat ding echt fantastisch. Toen dacht ik: zo eentje moet er een keer komen!”
Met de gratis nieuwsbrief mis je geen youngtimer-verhaal meer!
Eerste eigen Porsche
Het duurde nog tot 2010 voordat Paul zijn eerste eigen Porsche aanschafte, een negen jaar jonge Boxster S, met de 252 pk sterke 3,2-liter boxer.
“Ik had er heel lang naar gezocht, want ik wilde per se een handgeschakelde S met de 18-inch wielen. Maar na een jaar of vier dacht ik: die 911 moet er toch ook een keertje komen en op mijn vijftigste ruilde ik de Boxster in voor een witte 911 Carrera Cabriolet uit 1987, een Amerikaanse importauto. Die Boxster, daar kreeg ik geen knoop meer voor. Níémand wilde die auto toen hebben, joh.”
“Die 911 zoop olie alsof het 24 uur per dag happy hour was.”
Bij de aanschaf moest Paul dus even door een zure financiële appel heen bijten, en daar bleef het niet bij. De 911 had de befaamde 3.2-motor, die superbetrouwbaar zou moeten zijn, maar die van Pauls auto zoop olie alsof het 24 uur per dag happy hour was.
Wil jij ook met je neoklassieker of youngtimer in ons magazine en hier op de site? Meld je aan via Vraag aan de redactie!
Erg dure auto
“Elke 500 kilometer moest ik er een liter bijgooien. Daar was ik al niet blij mee en op een gegeven moment ging ook één van de zes cilinders eraan; tijd voor een motorrevisie. Die was peperduur, maar bleek niet goed te zijn uitgevoerd, want daarna begon-ie olie te lékken. Vervolgens brak één van de stangen van het cabriodak doormidden. En dan blijkt zo’n dak een complex stuk techniek. Echt niet grappig, hoeveel het herstel kostte.
En o ja, ik heb ‘m ook opnieuw laten spuiten. Alles bij elkaar werd het een erg dure auto. Maar ik had één geluk; nadat ik ‘m had gekocht, schoten de prijzen van 911’s de lucht in. Daardoor heb ik er bij de inruil op mijn huidige auto niet al te veel verlies op geleden.”
Dansend over bergpassen
Was je na vier jaar ellende blij dat je ervan af was? “Enerzijds ging het me aan het hart, anderzijds waren we wel aan iets moderners toe. Want in zo’n oude cabrio is het altijd geflapper en gedoe. Maar ondanks alle pech heb ik er ook wel plezier van gehad hoor; het was een heerlijke auto om mee over bochtige bergpassen te dansen.” Dansend over bergpassen; dat zien we op de Holterberg of de Posbank niet zo snel gebeuren …
“Klopt, jarenlang heb ik internationale ritten voor Porsche-liefhebbers georganiseerd. Daarbij zochten we vooral mooie bergwegen op. In Tirol, maar ook de Route Napoleon in Zuid-Frankrijk, we zijn naar Noorwegen geweest, Schotland, de Stelviopas, noem het maar.”
Doelwit: 997 4S
De G-serie uit 1987 moest dus plaats maken voor iets nieuwers. Had je duidelijk voor ogen wat je wilde? “Sowieso weer een 911, maar geen 996. Want die heeft dezelfde spiegelei-koplampen als de eerste Boxster. Die vind ik bij de 911 niet mooi. Daarom had ik mijn zinnen gezet op een 997. En daarvan dan weer de vierwielaangedreven 4S-versie. Die is ongeveer 5 centimeter breder dan de achterwielaandrijvers, en dat oogt een stuk mooier.”
Dus je ging niet zozeer voor de aandrijving als wel voor het bijbehorende uiterlijk? “Nou, uit ervaring weet ik dat vierwielaandrijving ook net wat veiliger is. Als je in de slip raakt, maak je met de 4S meer kans om er schadevrij weer uit te komen. Ik ga niet het circuit op met mijn auto, en ik zoek ook de grenzen niet op, al vind ik het wel leuk om door te rijden … Maar die bredere carrosserie was de belangrijkste reden. Verder wilde ik per se een handbak. Tegenwoordig hebben veel Porsches de bliksemsnelle PDK-automaat, maar destijds was dat nog de vrij trage Tiptronic.
“Zeker in tunnels ben ik met deze auto net een klein kind.”
Ook een sportuitlaat was een must. Dat klinkt raar, maar dat is misschien wel het leukste van de hele auto. Als je dat ding aanzet, gaan die vlinderkleppen naar achteren en dan brúlt-ie me een partij …” Wanneer Paul er alleen al over vertelt, krullen zijn mondhoeken naar boven. “Zeker in tunnels klinkt dat heel gaaf, ach ja, dan ben ik net een klein kind.”
Berucht IMS-lager vervangen
Na een lange zoektocht vond Paul eind 2017 zijn huidige 911 bij een Porsche-specialist in het Utrechtse Achterveld. Met alles erop en eraan wat hij wilde, inclusief een schuifdak. “Hij stond op turbovelgen, maar ik wilde terug naar origineel, verder is qua uiterlijk alles gebleven zoals het was. Wel heb ik het beruchte IMS-lager preventief laten vervangen. Dat is het steunlager van de tussenas op de motor. Dat gaat bij de 996 en 997 weleens stuk, wat tot fatale motorschade kan leiden en dat risico wilde ik niet nemen.”
Onderhoudskosten Porsche 997
Een groot pluspunt aan Pauls 997: het is een origineel Nederlandse auto, met een sluitende onderhoudshistorie: “Alleen van het allereerste servicebeurtje heb ik geen factuur, van de rest allemaal wel. En gelukkig heb ik met deze geen gekke dingen gehad. Maar zelfs met alleen regulier onderhoud blijft Porsche rijden duur. En hoe meer kilometers je maakt, hoe duurder het wordt.
Momenteel geeft de teller zo’n 160.000 aan. Zolang ik het blok maar heel houd, is het allemaal nog te doen. De aircocondenser is ooit vervangen en één keer heeft-ie me zelfs laten staan. Toen was er iets mis met een verbindingsstuk in de versnellingsbak. Op een gegeven moment wilde ik terugschakelen, maar hij bleef stug in z’n drie staan.
Ik kon de auto nog net aan de binnenkant van een rotonde parkeren. Mensen zullen wel gedacht hebben: wat zit die vent daar in die Porsche nou te doen? Ik baalde natuurlijk, en met de ellende van die oude 911 in je hoofd denk je ook meteen: daar gaan we weer. Maar gelukkig vielen de kosten mee.”
“Dan moet ik iets simpels losdraaien, maar ben ik er de halve dag druk mee.”
Doe je zelf weleens iets aan onderhoud? “Nee, ik kan wel het een en ander, maar aan de 911 ga ik niet lopen sleutelen. Dat laat ik liever over aan de Porsche-specialist in Zevenaar. Want je weet zelf wel: als je niet het exact juiste gereedschap hebt, kom je niet overal even lekker bij en voordat je het weet, breekt er wat af. Daar heb ik op de een of andere manier patent op. Dan moet ik iets simpels losdraaien en dan ben ik er toch een halve dag druk mee.”
911-interieur met Atari-vibes
Ter afsluiting van de reportage gaan we zelf nog een stukje met Pauls auto sturen. Vanbuiten blijft zo’n 997 een tijdloze creatie, waarbij de uitgebouwde 4S-body inderdaad voor extra visuele spierballen zorgt. Maar dan zonder de wat geforceerde looksmaxxing-effecten van de jongste edities.
Aan het interieur heeft de tand des tijds nadrukkelijker geknaagd. Dat begint al bij de analoge meters met witte achtergrond, en ook de middenconsole komt gedateerd over. Het infotainmentscherm heeft Atari-vibes en wordt omlijst door een paneel van plastic alulook, versierd met een orgie aan simpele fysieke knopjes. Het vormt een scherp contrast met het kwaliteitsleer op de stoelen en het degelijke gevoel van alles eromheen. Maar waar het bij deze auto natuurlijk om draait, is de rijbeleving.
“Met een enthousiaste blaf laat de 3,8-liter boxer weten dat-ie klaar is om uitgelaten te worden.”
Een tikkie zwaar, maar zó lekker
De 997 heeft nog geen nieuwerwetse startknop, maar gewoon een contactslot met sleutel. Links van het stuur, uiteraard, maar de Le Mans-start laten we vandaag even voor wat-ie is. Met een enthousiaste blaf laat de 3,8-liter boxer weten dat-ie klaar is om uitgelaten te worden. Bij het wegrijden valt onmiddellijk op hoe precies de koppeling aangeeft waar het aangrijpingspunt ligt en hoe heerlijk mechanisch de zesbak aanvoelt. Een tikkie zwaar, waarmee de auto lijkt aan te geven dat hij niet voor watjes bedoeld is.
De motor is al opgewarmd, zodat ik het gaspedaal stevig durf in te trappen. Met het knopje van de sportuitlaat ingedrukt, daalt de schorre zescilinderrasp een octaaf, al is het geluid tot zo’n 3000 toeren vrij bescheiden. Ook de verwachte krachtsexplosie blijft uit. Voor even …
Heerlijke machine
Na even langer doortrekken hoor én voel je dat het rauwe boxerbeest echt tot leven komt. De auto schiet er kwikzilverig vandoor en de honderdsprint duurt uiteindelijk maar 4,7 seconden. In 2006 bloedsnel, tegenwoordig trager dan veel mainstream elektrisch spul. Alleen is dit zoveel intenser! Even vaart minderen, terug van vijf naar drie en gas erop: wroemmm… brrrroaap… rrrrrRRAAAHHH… WAAAP! Verslavend. Wat een heerlijke machine!
Foto's Auto Review / Igor Stuifzand