Philip restaureerde een oude Mini: 'Op lange vakantieritten doe ik oordoppen in'
Philip den Bremer (30) houdt van kleine auto’s en is niet vies van een uitdaging. Hij kocht een oude Mini in onderdelen, die hij naar eigen inzicht monteerde. Originaliteit en perfectie waren geen prioriteit, praktisch gemak des te meer …
Op de parkeerplaats bij een chic restaurant in de bosrijke omgeving van Arnhem staan we op Philip te wachten. Er is niets anders te horen dan het geruis van het gebladerte en het getjilp van vogels.
Totdat de rust wreed wordt verstoord door donker motorgegrom en een knallende uitlaat. De op het terras keuvelende restaurantgasten kijken verstoord op, maar fotograaf Igor en ik glimlachen alleen maar: daar zul je Philip hebben!
Breng je zaterdag tot leven met de ruime Škoda Kodiaq. Nu ook als Plug-in hybride met elektrische actieradius tot 123 km.
Mini spreekt spierballentaal
Hoewel zo’n 3,05 meter lange Mini echt piepklein is, heeft Philips auto een behoorlijke road presence. De door Philip zelf gekozen donkergroene lak en het zwarte dak geven de compacte Brit een wat serieuzere uitstraling dan wanneer-ie wit, rood of lichtblauw zou zijn.
De uitgebouwde spatbordranden, de zwarte wielen en de mistlampen voegen daar wat uiterlijk vertoon aan toe, en de donkerbruine spierballentaal doet de rest. Philip zelf is niet zo’n lawaaipapegaai, maar vertelt met een aanstekelijke onbevangenheid over zijn ‘Project Mini’. Hoe komt een millennial zonder enige sleutelervaring erop om een bijna 40 jaar oud wrak te kopen en op te kalefateren?
Compleet doorgeroest
“Toen ik een stuk jonger was, zag ik een keertje een Mini op straat staan en leek het me heel leuk om ooit zo’n auto te hebben. En jaren later, nadat ik mijn eerste salaris had ontvangen, dacht ik: hé, ik heb geld, misschien moet ik nu eens serieus op zoek gaan. Het moest wel een beetje betaalbaar blijven en de auto hoefde ook niet helemaal af te zijn. Eigenlijk was ik op zoek naar een leuk project.
“Er zaten geen ruiten in en de uitlaat lag in het interieur”
Toen ik deze te koop zag staan, kreeg ik het idee dat ik daar wel iets mee kon. Er zat geen apk op, hij was zelfs niet in rijdbare staat. Maar toen dacht ik bij mezelf: ach, ik weet toch niet hoe een Mini hoort te rijden, haha. Er zaten geen ruiten en de uitlaat lag in het interieur. Voor zover ik kon nagaan, was de auto wel compleet, al was het nogal een onoverzichtelijke berg onderdelen.
Sommige dingen, zoals de toerenteller en de ramen, zaten er zelfs dubbel bij. De verkoper had ook al een set nieuwe voorschermen ingeslagen. En dat was niet het enige wat er aan laswerk aan zat te komen. De bodem was bijvoorbeeld vrijwel compleet doorgeroest.”
Mammoet-Mini-project
Klinkt als een gestrand restauratieproject waarbij iemand de moed had opgegeven. En wanneer we Philips verhaal zo aanhoren, kunnen we ons daar ook wel iets bij voorstellen … Hoe begint iemand die nog nooit aan auto’s geklust heeft dan aan dit mammoet-Mini-project?
Philip: “Ik heb vroeger m’n ouders geholpen met het verbouwen van hun huis en aan de TU in Delft heb ik Maritieme Techniek gestudeerd. Dat is in feite een soort werktuigbouwkunde voor bootjes. Ik weet dus wel wat van techniek en ik houd ervan om met m’n handen te werken. Op een gegeven moment heb wel een werkplaatshandboek aangeschaft, maar eigenlijk ben ik heel willekeurig begonnen."
Hoe krijg je ooit een fiets in een oude Mini?
"Ik had al helemaal in mijn hoofd dat ik met de Mini op fietsvakantie wilde, maar normaliter krijg je nooit van je leven een fiets in een Mini. Er moest dus een laadvloer in komen en daarom ben ik begonnen de achterbank eruit te slijpen. Mijn vader zei toen meteen dat ik daarna iets moest doen om de torsiestijfheid te herstellen, wat ook logisch is. Daarom heb ik een buis op maat gemaakt en die er ingelast. Ach ja, zo begin je dan een beetje.”
Niks voor Mini-puristen
Bij de Auto Review-redactie is niemand lid van de geheime originaliteitspolitie, toch moeten we onze wenkbrauwen even handmatig naar beneden duwen van dit restauratieverslag. Bank eruit slijpen, laadvloer inbouwen … Philip moet erom lachen, want het verhaal is nog lang niet verteld.
“Op een gegeven moment was de tijd rijp om de motor een keertje uit te proberen. De krukas draaide wel rond, dus hij was in elk geval niet vastgelopen. Met de hulp van mijn buurjongen en mijn vader, die vroeger wel aan brommers heeft gesleuteld, kregen we ‘m gelukkig vrij snel aan de praat. In plaats van de originele 1,0-liter motor ligt er trouwens eentje met 1275 cc in.” We begrijpen meteen iets beter waarom Philips auto zo dik klinkt, want in plaats van 41 pk, blèrt dit blokje minimaal 63 pk bij elkaar.
Professionele hulp
Hoe waardevol de hulp van Philips vader en buurjongen ook waren, het is wel zo fijn als je af en toe ook een beroep kunt doen op een echte professional. Philip: “Via mijn ouders kwam ik in aanraking met Gerrit Jansen. Hij reed in een Austin Seven uit de jaren dertig, een piepklein autootje op een soort van fietswielen.
Hij nodigde me uit om bij Jansen Classic Car Restaurations in Wesepe te komen als ik ergens niet uitkwam met de Mini. Heel tof, als je bedenkt dat zijn bedrijf zich vooral bezighoudt met het restaureren en customizen van peperdure Ferrari’s en Bentley’s.
Bij Jansen hebben ze me onder meer laten zien hoe je staal in vorm kan buigen en geleerd hoe je carrosseriepanelen passend krijgt. Toen ik met de nieuwe spatschermen aan de slag was, zei Gerrit: ‘dit zit niet helemaal lekker, hè, heb je ook een hamer?’. Om vervolgens een paar gerichte tikken uit te delen, waarna het perfect paste. Dan zie je wel: jij doet dit vaker.”
Lassen? Gewoon beginnen ...
Bij die spatborden, en op nog wel meer plekken, had de Mini serieus laswerk nodig. Heb je dat uitbesteed? “Neuh, op de TU had ik zelf een korte lascursus gehad en voor de Mini heb ik een lasapparaat gekocht. En dan gewoon beginnen, eerst met puntlassen en daarna het serieuzere werk. Dan maak je inderdaad fouten en dan denk je: mmm, we proberen het nog een keertje. Even met de slijptol in de weer en verder!”
Elektrisch schema Classic Mini past op een A4’tje
We hebben het nu vooral over de carrosserie gehad, maar hoe was de techniek eraan toe? “Omdat de auto nog niet zo lang klaar is, heb ik er nog maar weinig mee gereden. Inmiddels ben ik er wel achter dat de motor vooraan een beetje olie lekt en dat-ie in de file wat te warm wordt.
De oorzaak heb ik nog niet achterhaald, maar voordat ik ermee op vakantie ga, is er nog wel wat werk aan de winkel. Het is in elk geval niet de fan, want die draait gewoon altijd mee. Het is geen zelfdenkende.
Dat vind ik ook het leuke aan deze auto. Alles is heel simpel, het elektrisch schema past op een A4’tje. Daardoor kun je dingen ook heel makkelijk aanpassen. De schakelaars wilde ik bijvoorbeeld niet op de plek waar ze origineel zaten, of hoe ze er origineel uitzagen. Maar ja, blijken de draadjes te kort. Dan moet je dus al die draadjes lopen verlengen naar de andere schakelaars. Dat soort dingen een beetje verbouwen, vind ik geinig om te doen.”
“Volgooien bij de pomp ging een keer heel letterlijk; de benzine liep zó de cabine in”
Ben je verder nog technische problemen tegengekomen? “Toen ik een van de eerste keren bij de benzinepomp stond om de auto vol te gooien, gebeurde dat wel heel letterlijk; de benzine liep zo het interieur in. Bleek de vulpijp niet helemaal goed aangesloten te zijn …”
Vindingrijkheid
Wanneer we de Mini wat beter bekijken, zien we dat Philip nog wel meer heeft aangepast dan hij tot dusver heeft genoemd. Want zulke brede spatbordranden zaten er volgens ons origineel niet op …
“Nee, klopt. Maar er zat wel een setje brede wielen bij en ja, die moesten er toch op de een of andere manier onder passen. Dus heb ik er andere spatbordranden bij gezocht. Bij de voorwielen heb ik ze trouwens iets moeten uittrekken en heb ik ze aan de bumper vastgezet, anders liepen de wielen bij volledige stuuruitslag aan.”
De puristische voorzitter van de Britse Mini Owners Club krijgt er waarschijnlijk de rillingen van, tegelijkertijd moet-ie Philips vindingrijkheid wel waarderen. Want terwijl andere bestuurders van 1,85 meter of langer dit autootje na een proefrit waarschijnlijk afschrijven, zorgt Philip ervoor dat hij wél goed kan zitten ...
Dashboardbalk eruit gezaagd
“Deze Mini is van 1987 en had oorspronkelijk een plastic dashboard. Maar ik wou er graag een houten dashboard inzetten. Toen ik daarmee aan de slag ging, ontdekte ik dat de originele buis onder het dashboard voor mij te laag zat. Ik dacht, als ik zo ga rijden, dan krijg ik last van mijn knieën. Dus heb ik die buis eruit gezaagd en omhoog gehaald. Bovendien heb ik hem zodanig gemodificeerd dat er nu ook een radio in het midden past.
En het hout is hetzelfde als dat van de laadvloer die op maat heb gemaakt. Daar moeten straks mijn fiets, de tent en overige bagage een plekje zien te vinden. De eerste keer dat ik met de Mini op vakantie ga wil ik nog niet zo heel ver; naar de Ardennen of zo, om te kijken hoe de auto zich houdt.
Daar komt bij dat ik er nog aan moet wennen hoe klein de Mini is. Daardoor voel je je op de snelweg best kwetsbaar tussen de vrachtwagens. Daarom wil ik ook nog betere verlichting installeren, want de huidige koplampen zijn een soort van theelichtjes.”
Stokdoof
Philip heeft dan wel veel moeite gedaan om de radio op de juiste plek in te bouwen, maar hoe vaak gaat hij ernaar luisteren? “Op lange stukken doe ik oordoppen in, anders word je stokdoof. Hiermee vergeleken is mijn dagelijkse auto, een Citroën C1, heel comfortabel. Dat had mijn vader al voorspeld.”
Nu is geen enkele klassieke Mini vanbinnen een oase van rust, maar door de demontage van de achterbank en het deels ontbrekende tapijt is het interieur een soort echobox geworden. Hoe zit het trouwens met die deurpaneeltjes en de hemelbekleding? Die lijken ons ook niet origineel.
“Op de hemelbekleding heeft mijn zusje wel even zitten vloeken”
“Klopt. Je kan natuurlijk nieuwe kopen, maar ik wilde ze met een ruitjespatroon. Deze heeft mijn zusje voor me gemaakt. Ze zijn 80 bij 50 centimeter en pasten nog net door de naaimachine. Maar de hemelbekleding met het patroon van de Britse vlag was nogal proppen. Daar heeft m’n zusje wel even op zitten vloeken.
Uiteindelijk is het gelukt en heb ik het vastgelijmd, maar dan staat de auto één dag in de zon en komt het hele hemeltje weer naar beneden. Dus uiteindelijk heb ik er een paar magneten ingenaaid.”
Spuitwerk blijft toch een vak apart
Heb je met die trial-and-error-methode alle probleempjes en kuren kunnen verhelpen? “Niet helemaal, voor de apk kreeg ikzelf de koplampafstelling en de remmen niet helemaal op orde. Ook daarmee heeft Garage Jansen me geholpen.”
Waren dat meteen de grootste uitdagingen van het project? “Nou, achteraf was dat misschien het spuitwerk. Ik vond dat ik moest proberen mijn auto zelf te spuiten. Dus heb ik in de schuur bij mijn ouders een soort van spuitcabine gemaakt. Heel leuk, maar ook moeilijk. Eigenlijk wil je het helemaal showroomperfect, maar dat is helaas niet gelukt. Spuiten is toch wel een vak apart."
“Dromen van een Alfa GT Junior”
Sneller dan Citroën C1
"Maar ach, als je dan onderweg bent, denk je ... ja, hij rijdt ook als hij er minder mooi uitziet. Hij voelt ook best snel aan; een stuk sneller in elk geval dan de C1. Aan de andere kant zie je online dan weer van die lui die 150 pk uit dit blokje halen. Met een andere cilinderkop, dubbele carburateurs, vier pijpjes aan de achterkant …
Dromen van sterkere motoren kan altijd. Maar nodig? Nee, deze biedt ook veel plezier. Als je op tempo terugschakelt, dan knalt die uitlaat haast uit elkaar. Dat je denkt, top, het is genoeg zo. Al zou ik het spuitwerk het liefst een keer overdoen …”
En stel, de Mini is op een zeker moment helemaal naar wens. Heb je dan nog andere autodromen? “Een tijdje terug was ik aan het kijken naar een Alfa Romeo 105, zo’n GT Junior. Maar die auto’s zijn onbetaalbaar. De goedkoopste kostte 10.000 euro, maar dat was echt één grote bak roest. In diezelfde periode was ik ook aan het kijken naar een huis en je moet toch keuzes maken. Toen ben ik voor het huis gegaan.” Maar de Mini, die heeft Philip binnen!
Foto's: Auto Review, Igor Stuifzand