Laat Jaguar inspiratie putten uit de 5 iconische Jags die je hier ziet (deel 2)
‘Copy nothing’ is het credo van Jaguar anno 2026, maar als het aan ons ligt mogen ze voor hun nieuwe modellen best inspiratie putten uit deze iconische Jags
XJ (1968-2019)
Het XJ-model is voor veel mensen de archetypische Jaguar. Deze enorme sedan deed door z’n geringe hoogte sportief aan en zo reed hij ook. De mooie lijnen gaan wel ten koste van de binnenruimte, want het interieur was tot en met 2003 ronduit krap. In 1972 kreeg de XJ een twaalfcilinder motor, een blok dat in die tijd was voorbehouden aan Ferrari’s en Lamborghini’s. Tot 2010 was het oorspronkelijke lijnenspel van eind jaren zestig nog duidelijk herkenbaar. In dat jaar kwam ontwerper Ian Callum met een radicaal nieuwe XJ. Sinds die in 2019 uit productie ging is het wachten op een - elektrische – opvolger in de geest van de oer-XJ: comfortabel en snel.
Maximale grip, korte remwegen en nauwkeurige handling op natte én droge wegen voor ultieme sportieve controle.
XJ-S (1975-1996)
Na de geliefde E-type was zijn opvolger een beetje een deceptie. Nu kunnen we de uitgesproken vormgeving wel waarderen als typisch jaren zeventig. De bouwkwaliteit was de eerste jaren abominabel slecht. Troost: een kapotte Jaguar in de garage verbruikte geen brandstof, want met die V12 kwam je maar een paar kilometer ver op een liter benzine. Bijzonder voor een model dat eerder niet erg populair was: dankzij meerdere updates en facelifts bleef de XJS 21 jaar in productie. Een later exemplaar met een vierliter zescilinder en handbak is door zijn relatieve betrouwbaarheid zeer begeerlijk.
XJ220 (1992-1997)
Een mislukking, maar wel een heel fraaie. Bij de presentatie van de XJ220 werd klanten een V12 met vierwielaandrijving beloofd, maar het productiemodel kreeg een achterwiel-aangedreven auto met de motor uit een MG Metro. Toegegeven, dat was wel de geblazen V6 uit de speciaal voor de rallysport ontwikkelde 6R4. In de XJ220 was deze goed voor 549 pk, 49 pk meer dan de beloofde V12 zou krijgen. De XJ220 flopte en het beoogde productieaantal van 350 stuks werd niet gehaald. Inmiddels is de XJ220 een begeerde klassieker, met zeker de laatste jaren sterk stijgende prijzen.
F-Type (2013-2024)
De XK’s van de jaren negentig en nul waren meer GT dan sportwagen, met plek voor vier volwassenen en twee golftassen. Dat moest de F-Type rechtzetten met twee stoelen en ruimte voor een toilettas. De eerste F was een convertible, de coupé die een jaar later volgde was zo mogelijk nog mooier dan de open versie. Hoewel de F-Type grotendeels uit aluminium is opgetrokken, is deze met 1600 kg bepaald niet licht. De F-Type was leverbaar met 4-, 6- en 8-cilinder motoren, variërend van 300 tot 575 pk. Er is heel kort een handgeschakelde variant geweest, net als een versie met vierwielaandrijving. De F-Type haalde nooit de verkoopaantallen die hij verdiende op basis van zijn schoonheid en de facelift van 2019 was beslist geen verbetering.
i-Pace
Het hypermoderne ontwerp van deze in Oostenrijk gebouwde Jaguar was pas écht ‘copy nothing’ en deed in niets denken aan de rijdende herensalons van weleer. Dealers wisten niet wat ze meemaakten in 2018, toen ze een recordaantal auto’s mochten afleveren. Iedereen met een beetje budget van de baas wilde wel zo’n i-Pace van 80.000 euro leasen, al had dat vooral te maken met gunstige bijtellingsregels voor EV’s in een markt waar nog niet veel keuze was. Het leverde het merk een heel nieuwe klantenkring op - die het ook weer verloor nadat bleek dat de auto te snel op de markt was gebracht. Er was sprake van kinderziektes, gebrek aan updates, waardeloze laadsnelheid en geen opvolgstrategie. Als occasion zijn ze net zo geliefd als buren met blaffende honden: meer dan de helft van de hier geleverde i-Paces is alweer geëxporteerd.
Maak kennis met de nieuwe Ibiza, de sportieve hatchback met nog scherper design en fris interieur. Nu vanaf € 24.990