Nieuws

Top 5 - Deze Citroën-modellen zijn vreemd, excentriek en dus typisch Frans

De nieuwe Citroën C5 X (lees onze eerste review) is behoorlijk excentriek, zeker in vergelijking met de concurrentie. Maar als je kijkt met welke zonderlinge modellen en prototypes Citroën vroeger op de proppen kwam, is hij misschien toch wat gewoontjes. Dit zijn vijf van de vreemdste modellen van het Franse merk.

Citroën M35 (1970)

Deze experimentele coupé met Wankel-motor en hydropneumatische vering werd gebouwd door Heuliez, in een oplage van slechts 267 stuks. Die werden geleverd aan trouwe relaties en klanten van Citroën. Wat Citroën met de M35 voor ogen had? In feite diende de auto als rijdende testbank voor de revolutionaire nieuwe wankelmotor. De klanten moesten jaarlijks minstens 30.000 kilometer afleggen en hun testresultaten rechtstreeks aan Citroën rapporteren. Bij pech stond een speciale hulpdienst paraat. Vanwege betrouwbaarheidsproblemen en een hoog verbruik werd de wankelmotor geen succes. Al bracht Citroën later nog wel de GS Birotor op de markt.

Citroën 2CV Sahara (1959)

Eind jaren vijftig werd speciaal voor expedities in de Franse koloniën in Afrika een woestijn happende versie van de 2CV gebouwd, met twee motoren en vierwielaandrijving. Beide motoren hadden een inhoud van 425 cc en werden voorzien van grotere carburateurs, voor wat extra vermogen. De motoren hadden elk hun eigen handgeschakelde versnellingsbak. Voor de achterste motor werd een plek in de kofferruimte gereserveerd. Verder had de 2CV Sahara twee contactsloten en twee benzinetanks. Om brandstof te besparen, kon je één motor uitschakelen. Klinkt reuze praktisch, toch werden maar 694 exemplaren gebouwd.

Citroën C3 Pluriel (2003)

Aan de Citroën C3 Pluriel (Frans voor meervoud) zit een Nederlands tintje, het dak werd gebouwd bij Inalfa in Venray. Maar of we dat op de Franse camping trots van de daken moeten schreeuwen … Het dak kon alleen in z'n geheel verwijderd worden, en de onderdelen pasten niet in de auto. Vervolgens was je volledig onbeschermd tegen de elementen. Buienradar.nl bestond nog niet, je was aangewezen op Erwin Kroll en Peter Timofeeff en moest maar hopen dat je niet werd overvallen door een plensbui. En zelfs al was het stralend weer, dan nog moest je die dakconstructie ergens laten. Tot overmaat van ramp was de carrosseriestijfheid beroerd.

Citroën BX 4TC (1986)

Citroën bekeek het rallysucces van concerngenoot Peugeot in Groep B met lede ogen. Het moest toch mogelijk zijn om net zo'n succesvolle auto te ontwikkelen als de Peugeot 205 Turbo 16? In 1986 trad Citroën toe tot het elitecorps van Groep B met de BX 4TC, voorzien van een 2,1-liter viercilinder turbomotor met 380 pk. De deelname van deze relatief trage Citroën was een flop, al na drie races gingen de rallydroom in rook op. Tot overmaat van ramp raakte Citroën de 200 verplichte homologatiemodellen aan de straatstenen niet kwijt, een deel werd zelfs vernietigd. De overgebleven BX 4TC's zijn uiterst zeldzaam en inmiddels ook peperduur.

Citroën 22 CV (1934)

Een Citroën met een achtcilinder? Hoe dan? Op de autosalon van Parijs stond-ie er echt, deze Traction Avant 22 CV, voorzien van een bijna 100 pk leverende V8. De auto is omringd door mythen, want het is niet bekend hoeveel van de 20 gebouwde exemplaren nog bestaan. Al in 1934 waren er geruchten dat de V8 een fabel was: de motorkappen van de op de salon tentoongestelde modellen konden niet open. Anderen dachten dat de V8 van Ford kwam. Wat niet zo was: Citroën had de V8 wel degelijk in eigen huis ontwikkeld. Waarom de Traction Avant toch geen V8 kreeg? Michelin werd in 1934 de baas en zag er niets in.

Wekelijks autoplezier in je mailbox?

  • ✓ Mis geen belangrijk autonieuws
  • ✓ Exclusieve verhalen alleen voor jou
  • ✓ Speciale kortingen en acties
Jaap Peters
Door Jaap Peters

Zoeken