Dit vergeten automerk uit Portugal belandde zelfs bij de Nederlandse Landmacht
Vraag autokenners naar een Portugees automerk en de meesten zullen het antwoord schuldig moeten blijven. Maar die bestaat wel degelijk.
Twee maanden geleden bezocht ik in Overijssel de sleuteldag van DPA, de vereniging van eigenaren van militaire voertuigen. In de grote loods van voormalig voorzitter Ed Stolwerk (59) kwamen de leden bij elkaar. Daar konden ze genieten van de immense collectie van deze Landmacht-majoor.
Daartussen stond een jeep-achtig voertuig van het merk UMM. Nooit van gehoord. Maar dat bleek dus een Portugees automerk! Daar wilde ik uiteraard meer van weten en dus toog ik wederom naar Balkbrug.
Ed Stolwerk: “UMM staat voor Uniao Metalo-Mecânica. Opgericht in 1977. Maar voordat UMM zijn eerste auto bouwde, moeten we nog wat verder terug in de tijd. In Frankrijk bouwde de handige Bernard Cournil na de oorlog achtergelaten Willy’s Jeeps om tot voertuigen voor civiel gebruik. Zo werden ze door boeren bijvoorbeeld gebruikt als tractoren. De voorraad Amerikaanse Jeeps die de Geallieerden in Frankrijk achter na de oorlog achter hadden gelaten was namelijk enorm. En niet alleen Bernard Cournil had daar baat bij."
De 100% elektrische ID.7 Tourer heeft een rijbereik tot 683 km*. Perfect voor zakelijke ritten én vakanties. Vanaf € 49.990.
'Dat kan ik beter'
“Hotchkiss, vóór de oorlog een redelijk bekend automerk in Frankrijk, bouwde tijdens de wederopbouw van allerlei achtergelaten materiaal een eigen Jeep voor het Franse leger; de Hotchkiss-jeep. Later, vanaf 1955, mocht Hotchkiss in Frankrijk de echte Willy’s Jeep in licentie bouwen. Bernard Cournil gebruikte ook deze Hotchkiss-Jeeps voor zijn ombouwbedrijfje. Maar ze bleken niet sterk en zwaar genoeg voor het boerenwerk. Op een gegeven moment bedacht hij: ‘Dat kan ik beter!’
“Toen heeft hij gewoon twee enorme ijzeren balken van 6x12 centimeter op elkaar gelast en had hij een waanzinnig sterk chassis. Een Willy’s Jeep tordeert een beetje in het terrein. Nou, deze echt niet!
"Daarna heeft hij van 2 mm dik plaatwerk de carrosserie gebouwd die hij had ontworpen. Toen had hij een vierwielaangedreven voertuig dat voor de civiele markt alles in zich had om succesvol te worden. De boer, boswachter of houthakker kon ook nog eens kiezen uit drie versies, de Cournil Tracteur, de Cournil Randonneur en de Cournil Entrepeneur.”
Ook reportages als deze vind je bij Auto Review. Schrijf je in voor onze gratis wekelijkse nieuwsbrief!
Befaamde Peugeot-diesel
“In 1977 kocht een apart daarvoor opgerichte firma uit Portugal de licentie van Bernard Cournil”, vervolgt Ed Stolwerk. “Het merk UMM was daarmee geboren! De Portugese overheid beloofde financiële steun aan de nieuwe autofabrikant, want de Portugese economie kon wel een boost gebruiken. En UMM paste het ontwerp weer aan om hem moderner te maken.
“UMM koos voor de befaamde Indenor-dieselmotor van Peugeot. Dezelfde die ook in de Peugeot 504 zat. Die was onverwoestbaar, haast een industriemotor. De elektra, de kachel en de stoelen werden ingekocht bij Renault en waren ietsje minder onverwoestbaar. In mijn exemplaar gaan bijvoorbeeld soms ineens de lichten uit en dan onverklaarbaar weer plotseling aan. Typisch Frans.
“In de eerste twee jaar van haar bestaan importeerde UMM de auto’s uit Frankrijk, maar vanaf 1979 werden ze daadwerkelijk in Portugal gemaakt. En het Portugese leger plaatste als ondersteuning meteen een flinke order.”
De modellenreeks
Ed Stolwerk: “De eerste UMM heette naar de oorspronkelijke ontwerper UMM Cournil, gevolgd door de typenaam. In 1980 werd ervoor gekozen nog maar één versie te leveren: de UMM Cournil Entrepeneur. Vanaf 1982 werd Peugeots vernieuwde Indenor-motor gebruikt, de XD 2, die sterker was (70 pk) en 200 cc groter.
“In 1984 bracht UMM een tweede model op de markt, de Alter. Het uiterlijk verschilde van zijn voorganger door een totaal andere neus en grille en wat technische wijzigingen. In 1986 werd de Alter voorzien van nieuwe schokdempers, een nieuwe versnellingsbak en, niet geheel zonder reden, nieuwe geluidsisolatie. Dit model werd Alter II genoemd. Er kwamen in 1989 ook twee koetswerk-varianten bij, een pick-up en een softtop. Twee jaar later bouwde de fabriek ook een Pausmobiel op basis van de Alter II. Dat was omdat de paus dat jaar het Portugese eiland Madeira bezocht.
“Een jaar later startte UMM twee nieuwe projecten. Het eerste model was een nieuwe Jeep met de naam Alter III, een beetje van het type Suzuki Vitara. Verder werkte UMM aan een kleiner voertuig dat valt te vergelijken met de Mini Moke, maar dan met onderdelen van de Peugeot 205. Wel grappig dat deze originele Mini Moke overigens ook werd gebouwd in Portugal. In 1993 werd de Alter II gemoderniseerd, maar het was al te laat. Die auto’s verkochten slecht en zelfs het Portugese leger wilde hem niet meer hebben.
“In 2000 gloorde er even hoop op een opleving met de aankondiging van de UMM Alter 2000. Maar alle moeite was tevergeefs. Er werden er slechts 21 gebouwd. Dat waren de laatste UMM’s. Toch zijn er in totaal nog zo‘n kleine tienduizend gebouwd. Honderd daarvan kwamen in 1985 naar Nederland. Dat is weer een verhaal op zich.”
Bijzondere afbetaling
“In de jaren tachtig wist de Daf-fabriek, in samenwerking met mensen van het ministerie van Defensie, een grote order los te peuteren bij het Portugese leger”, weet Ed Stolwerk. “Daf was toentertijd ijzersterk in militaire voertuigen. Het ging om een flink aantal viertonners van het type YA 4440. De Portugezen konden de rekening niet in zijn geheel betalen en toen is er een wonderlijke deal gesloten. Als afbetaling van die openstaande schuld werden er honderd UMM’s aan de Nederlandse overheid geleverd. En om het laatste restje schuld te vereffenen, kwamen er ook nog tien vrachtwagens vol met flessen Portugese wijn deze kant op. Waar die zijn gebleven, blijft een raadsel.
“Van die honderd UMM’s gingen er 45 naar het leger en 55 naar nutsbedrijven en Staatsbosbeheer, dat soort overheidsinstanties. Nu zat het Nederlandse Leger eigenlijk helemaal niet op die honderd UMM’s te wachten. Defensie heeft liever alle auto’s van één en hetzelfde merk. Dat is veel efficiënter op het gebied van onderhoud, onderdelen, logistiek en monteursopleidingen. Die UMM’s zijn toen maar ingezet als stafauto’s, als lesauto’s, en als dienstauto voor monteurs en bewakers. Op zich presteerde de auto goed, maar perfect was-ie ook weer niet. In de eerste plaats maakte hij ontzettend veel herrie en, erger nog, de motor zit nogal ver naar achteren geplaatst en dus kun je als monteur nergens bij. Voor relatief eenvoudige reparaties moest eerst de hele motor eruit.”
De Entrepeneur
Ed Stolwerk: “Ik ben verzamelaar en ik wilde graag een UMM hebben. Een in het merk gespecialiseerde handelaar kocht de afgeschreven exemplaren op bij de Domeinen en was een soort specialist geworden. Die had er eentje staan die ik dolgraag wilde hebben, een UMM Cournil Entrepeneur van de landmacht. Die wilde hij echter niet verkopen, maar voor zichzelf houden. Toen ik jaren later voor iets anders belde, meldde hij dat hij geld nodig had en wel over een eventuele verkoop wilde praten. Toen heb ik meteen toegehapt natuurlijk.
“Die UMM’s waren allang weg toen ik bij de Landmacht kwam werken. Dus toen ik er voor het eerst in ging rijden, was dat wel een speciale ervaring. Het stuur zit niet recht voor je, maar te veel naar rechts. Bovendien staat bij elke UMM de stuurstang een beetje schuin, naar de chauffeur toe. Maar er zitten wel lekkere Renault-stoelen in. Een UMM maakt een enorme herrie, omdat je in een stalen klankkast zit. Maar hij rijdt in het terrein tien keer beter dan een Land Rover Defender.”
Een ritje in een UMM
Als we rond het exemplaar van Ed lopen, valt een aantal zaken op. Ten eerste: hij heeft drie wisserbladen nodig om de brede voorruit schoon te vegen. Staat stoer. En er staat een aantal cijfers en letters op. Ed Stolwerk: “Toen ik de auto ging opknappen en hem licht schuurde, kwamen de oude legernummers weer tevoorschijn. Die worden bij verkoop uit het leger altijd overgeschilderd, zodat de Russen niet weten hoeveel auto’s een bepaald legeronderdeel heeft. Serieus! Uit de letters RSB kon ik afleiden dat mijn UMM gediend heeft bij RijSchool Bergen op Zoom.”
Ik zie naast de gewone koplampen kleine vierkante doosjes zitten en dat blijkt de oorlogsverlichting te zijn. Dat maakt de auto ‘s nachts moeilijk zichtbaar voor de vijand en de chauffeur kan slechts een kleine 5 meter vooruitkijken.
De instap is onhandig hoog en Ed neemt me mee voor een rit dwars door het Staphorster bos. We stuiteren van links naar rechts door de cabine, maar Ed verzekert dat een rit in een Land Rover twee keer zo oncomfortabel is en dat de UMM de schokken juist heel goed opvangt. Duidelijk waarneembaar is dat het chassis zo stijf is als een betonpijler op viagra. Deze Portugees kan alles aan, dat is duidelijk. En dan hebben we de vierwielaandrijving nog geeneens ingeschakeld. Het gaat allemaal wel gepaard met een hoop lawaai van de dieselmotor.
De UMM klimt redelijk makkelijk naar de 100 km/h, maar de decibellen stijgen daarbij harder dan de snelheid. Dat is nou weer zonde van die dure oorlogsverlichting. De vijand ziet je dan misschien niet aankomen, maar dat hoeft ook niet. Ze horen je wel!
Breng je zaterdag tot leven met de ruime Škoda Kodiaq. Nu ook als Plug-in hybride met elektrische actieradius tot 123 km.