Harry over zijn 'verkeersbordgele' Amerikaan: "Kennissen riepen dat ik dat nooit moest doen"

Vorige maand bezocht Bavo Galama de eerste editie van het Hunebed Summer Event. Een van de auto’s die daar de meeste aandacht trokken, was de knalgele zelfgebouwde hotrod van Harry van Neck uit Apeldoorn.

Het Hunebed Summer Event werd deze zomer voor het eerst georganiseerd en was een ontmoetingsdag voor eigenaren en liefhebbers van oude en nieuwe Amerikaanse automobielen in het dorp Darp in Drenthe. Juist toen ik naar de eigenaar van de hotrod op zoek ging om hem over zijn bijzondere auto te laten vertellen, zag ik de gele ‘showstopper’ het terrein verlaten. Geen probleem, dan zoeken we hem een paar weken later gewoon thuis op.

Achter het woonhuis staat in de netjes ingerichte garageloods het gele gevaarte al te wachten op nadere inspectie. In de carport naast deze loods staat nóg een Amerikaan die je niet vaak ziet. Het blijkt de camper van Harry en zijn vrouw Sijlie te zijn. Het is een Chevrolet Step Van uit 1956. In films zie je deze uiterst vierkante verschijning weleens optreden als typerende bedrijfsauto van US Mail. Maar daar gaat het vandaag niet over. Vandaag hebben we het over de gele aandachtstrekker die volgens het kenteken een Plymouth DeLuxe Coupe is uit het jaar 1949.

Tip
De SEAT Leon Sportstourer PHEV
De SEAT Leon Sportstourer PHEV

Een sportieve plug-in hybride met een elektrisch rijbereik van 130km*. Al vanaf €36.990. Nu met €2.000 plug-in premie.

Auto's voor pooiers

Harry van Neck (geboren in 1958): “Ik heb mijn hele leven al een voorkeur voor Amerikaanse auto’s. Dat vind ik gewoon mooi. Lekker groot, opvallend en veel, heel veel pk’s! Mijn eerste Amerikaan was een Camaro, maar ik heb er daarna nog zoveel gehad. Ik heb een aantal van mijn auto’s in Soesterberg aangeschaft. De Amerikaanse militairen op de vliegbasis brachten hun eigen auto’s mee naar Nederland. Die kwamen op een gegeven moment op de tweedehandsmarkt terecht en daar pikte ik ze op. En altijd was ik bezig er dingen aan te veranderen. Ik heb een tijdlang luchtvaarttechniek gestudeerd, dus ik ben niet echt een automonteur, maar ik kan wel alles zelf.

“Eigenaren van Amerikaanse auto’s hadden vaak een slechte reputatie. Het waren auto’s voor aso’s, woonwagenbewoners en pooiers. Een nieuwe Amerikaan heb ik nooit gehad. Ik werkte in de groothandel voor automaterialen, dus ik kende veel mensen en ik kwam overal. Ergens onderdelen vinden of vandaan halen, lukt me altijd wel.

"Rond 2007 of 2008 kreeg ik ineens het idee om een hotrod te gaan bouwen. En toen kwam deze Plymouth DeLuxe Coupé op mijn pad. De jongen van wie ik hem kocht, was al voorzichtig begonnen er een hotrod van te maken. Hij had de dakstijlen doorgezaagd en het dak verlaagd. En die verhouding was in principe al goed. De daklijn die hij had bedacht, heb ik gehouden. Maar het laswerk was niet naar mijn zin, dus ik heb alles weer los geslepen en opnieuw gedaan. En toen moest het hele bouwproces nog van voren af aan beginnen. Want er zat geen motor bij, niks.”

Veertien jaar elke avond

“De auto was drie jaar geleden eindelijk zo ver dat ie de weg op kon”, vervolgt Harry. “Toen had ik er dus veertien jaar aan gewerkt. Ik was heel gedisciplineerd. Elke avond na mijn werk, sleutelde ik hier achter het huis twee uur aan die auto. In het begin ook de weekenden, maar later vond mijn vrouw dat een beetje veel van het goeie. Ik heb de carrosserie losgemaakt van het chassis en aan het plafond gehangen. Toen ben ik begonnen met het chassis. Ik wilde per se onafhankelijke wielophanging. Er zit nu een achteras van een Corvette uit 1984 op, en de vooras is van een 86-er. Ik ben een perfectionist, dus dat was wel een karwei. Dat gold ook voor de carrosserie. Die moest ik eerst recht zien te krijgen. Daar klopte allemaal niet veel van. Ik heb samen met Sijlie heel wat uurtjes staan walsen op het Engelse wiel om de spatborden en de kofferdeksel in de juiste vorm te krijgen.

“Dat er geen motor bij zat, maakte mij niks uit. De standaard motor die er oorspronkelijk in zat was een zescilinder-in-lijn met 100 pk. Ik wilde iets spectaculairders. Daarom kocht ik een gemankeerde Cadillac met een NorthStar 3.6-motor. Een mooie V8 met ruim 300 pk en een kapotte versnellingsbak. Toen ging ik toch met die bak aan de gang en bleek het euvel te zitten in een lullig onderdeeltje van drie tientjes. Dat was snel verholpen. Sijlie heeft nog ruim twee jaar in die Cadillac gereden. Toen had ik die motor nodig voor de Plymouth.

“In de Caddy was die motor echter dwarsgeplaatst en in de Plymouth moest ie in de lengte komen. Dus daar moest een andere versnellingsbak bij komen. Daardoor heb ik het schutbord dieper het interieur in geplaatst. Daar blijf je alsmaar mee puzzelen. Ik heb het vermogen met wat software opgekieteld tot zeker 330 pk. De auto weegt nog steeds 1500 kilo, het oorspronkelijke gewicht. Dus dat wil wel.”

Strenge keurmeesters

“Ik ben niet heel erg op de hoogte van de geschiedenis van deze auto. Wel weet ik dat hij oorspronkelijke Nederlandse platen had. Die heb ik nog steeds. Ik mocht ze helaas niet behouden van de RDW, maar de Plymouth heeft dus ook gewoon in Nederland rondgereden met een Nederlands kenteken. De jongen van wie ik hem heb gekocht, had hem weer uit een schuur ergens in Zuid-Holland.

“Plymouth was niet het allerduurste Amerikaanse merk. De auto is officieel van 1949, maar blijkt duidelijk het model van 1950. Het model van het nieuwe jaar kwam vaak al in de herfst van het voorgaande jaar op de markt. Je zag dat bij mijn Plymouth aan de vorm van de motorkap. Maar bij mij is van dat bolvormige design sowieso niet veel overgebleven. Die vorm van de motorkap hebben Sijlie en ik op het Engelse wiel naar eigen inzicht vormgegeven. Veel minder hoog, veel vlakker. Voordat je dat perfect symmetrisch hebt, is nog een heel werk hoor. 

De grille bestaat uit slooponderdelen uit vier verschillende landen. De verticale verchroomde tanden in de grille van de auto’s van het merk DeSoto vond ik zo mooi dat ik ze in deze auto heb verwerkt. Dat wil zeggen: ik heb een paar tanden meer geloof ik. De Plymouth zelf had oorspronkelijk enkel horizontale lijnen. En het embleem dat boven op de motorkap zat heb ik weggehaald. Ik vond het voor een hotrod mooi dat daar een deel van de luchtinlaat kwam met verchroomde randjes en een soort fantasie-symbool erbovenop. De auto is gebouwd met wat ik aan onderdelen tegenkwam. Luchtvering bijvoorbeeld. En de huidige voorbank is de op maat gemaakte achterbank van een andere Cadillac. Leuk toch?

“Er zijn best veel puristen in de hotrod-wereld. Van hen mag je zo’n auto wel verbouwen en pimpen, maar dat zou je moeten doen met onderdelen uit ongeveer hetzelfde bouwjaar. Nou, dat is niks voor mij. Ik bouw wat ik leuk vind. Maar dat betekent dat ik op sommige evenementen deze auto alleen maar kwijt kan op het parkeerterrein voor de bezoekers. Dan heb ik op alsnog de meeste mensen om de auto heen staan, haha. Toch heeft-ie op een klassiekerevenement al twee keer een prijs gewonnen als ‘best of show’, dus wij zitten er niet mee.”

Mooi geel is niet lelijk

“De kleur geel was in 1949 ook niet bepaald gangbaar. Toen ik de auto kocht, was-ie blank geschuurd met hier en daar een deur in de rode menie. Dus op een gegeven moment moest ik bedenken welke kleur de auto moest krijgen. Nu moet je weten dat ik deels kleurenblind ben. De kleuren paarsblauw, bruin en donkergroen kan ik niet goed uit elkaar houden. Maar geel zie ik goed en ik had wat bussen verf staan in de kleur ‘verkeersgeel’, de kleur van de waarschuwingsborden. Mijn vrouw vond het maar niks en kennissen riepen dat ik dat nooit moest doen. Dat moet je tegen mij zeggen, dan doe ik het dus expres wel. Alles in één kleur, dat is ook handig met bijspuiten als dat nodig is. En het valt lekker op, ook in het donker. Dan rijden anderen er ook niet zo snel tegenaan.”

“Het leuke aan dit soort auto’s is dat ze hun leven lang heel herkenbaar blijven. Al wisselt-ie vijf keer van eigenaar, het blijft de auto van degene die hem gebouwd heeft. Het is net als een schilderij van Rembrandt. Wie de eigenaar is, doet er eigenlijk niet toe. Dit zal altijd de auto van Harry van Neck blijven, wie hem in de toekomst ook koopt.”

Tip
De buitengewoon ruime ID.7 Tourer
De buitengewoon ruime ID.7 Tourer

Buitengewoon veel ruimte en een enorm rijbereik. De elektrische Volkswagen ID.7 Tourer. Alleen dit jaar nog 17% bijtelling.

Redactie
Door Redactie

Voor jou geselecteerd

Wekelijks autoplezier in je mailbox?

  • ✓ Mis geen belangrijk autonieuws
  • ✓ Exclusieve verhalen alleen voor jou
  • ✓ Speciale kortingen en acties