Wegenbelasting omhoog: in deze provincie ben je het goedkoopst uit, in deze het duurst
Los van de brandstofprijzen, wordt autorijden volgend jaar sowieso weer duurder. Want ook de wegenbelasting gaat per 1 januari omhoog. Hoeveel je precies betaalt, hangt sterk af van waar je woont.
Het Rijk past de motorrijtuigenbelasting, beter bekend als wegenbelasting, ieder jaar aan de inflatie aan. Volgens het Belastingplan 2027 gaat het tarief daardoor per 1 januari met ongeveer 2,6 procent omhoog. Voor een middelgrote benzineauto van zo'n 1400 kilo komt dat neer op 15 tot 20 euro extra per jaar.
Acht provincies doen er nog een schepje bovenop
Een deel van je wegenbelasting gaat niet naar het Rijk, maar naar je provincie. Die opslag heet opcenten: een percentage dat de provincie rekent over een vast basisbedrag, dat afhangt van het gewicht en de brandstof van je auto. Rekent een provincie 100 opcenten, dan betaal je dat basisbedrag precies één keer. Elke provincie bepaalt zelf hoeveel opcenten ze vraagt.
Acht provincies willen hun opcenten in 2027 verhogen: Zuid-Holland, Gelderland, Friesland, Limburg, Noord-Brabant, Utrecht, Flevoland en Overijssel. Alleen in Groningen, Drenthe, Zeeland en Noord-Holland blijft het provinciale deel gelijk. In euro's valt die extra verhoging overigens mee: voor een middelgrote benzineauto gaat het om een paar euro tot ruim 10 euro per jaar, met Limburg en Gelderland als grootste stijgers.
Hou alle belangrijke auto-informatie bij met onze gratis wekelijkse nieuwsbrief!
Bijna 90 euro verschil voor dezelfde auto
Het echte verschil zit tussen de provincies onderling. Zuid-Holland blijft met 106,3 opcenten veruit de duurste provincie, Noord-Holland is met 82,1 opcenten het goedkoopst. Voor een middelgrote benzineauto betaal je in Zuid-Holland daardoor bijna 90 euro per jaar meer aan de provincie dan in Noord-Holland. Dat is voor precies dezelfde auto, met hetzelfde kenteken, alleen een andere woonplaats.
| Provincie | Provinciaal deel 2026 | Provinciaal deel 2027 | Verschil per jaar |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | € 386 | € 394 | + € 8 |
| Gelderland | € 364 | € 376 | + € 12 |
| Groningen | € 354 | € 354 | € 0 |
| Friesland | € 341 | € 349 | + € 8 |
| Drenthe | € 341 | € 341 | € 0 |
| Limburg | € 328 | € 341 | + € 13 |
| Noord-Brabant | € 322 | € 330 | + € 8 |
| Utrecht | € 320 | € 327 | + € 7 |
| Flevoland | € 314 | € 317 | + € 3 |
| Zeeland | € 312 | € 312 | € 0 |
| Overijssel | € 304 | € 312 | + € 8 |
| Noord-Holland | € 304 | € 304 | € 0 |
Rekenvoorbeeld: benzineauto van 1351 tot 1450 kilo, alleen het provinciale deel van de wegenbelasting, op basis van de provinciale hoofdsom van 2026. Het rijksdeel komt hier nog bovenop.
Het besluit valt in november
Helemaal definitief zijn de bedragen nog niet. De Provinciale Staten, het parlement van elke provincie, stellen de opcenten in november vast bij de begroting voor volgend jaar. Uiterlijk 30 november moeten de nieuwe tarieven bij het ministerie van Financiën liggen. Noord-Brabant heeft zijn tarief al vastgesteld, in de andere provincies kan er nog geschoven worden. Zuid-Holland draaide eerder al een deel van de geplande verhoging terug, dus helemaal kansloos is protest niet.