Als je ook maar iets met het leger hebt, moet je bij deze autoclub zijn geweest
Bavo Galama is nooit in dienst geweest, maar hield er paradoxaal genoeg een lichte fascinatie voor het militair bedrijf aan over. Daarom ging hij op bezoek bij de jaarlijkse sleuteldag van Dutch Peace Army (DPA).
Lang geleden bestond in Nederland nog de dienstplicht. De keurmeesters van defensie achtten mij daar na een keuring heel geschikt voor. Ik dacht daar zelf anders over. Mijn theatercarrière was net van start gegaan en ik had niet bijster veel zin om andere mensen dood te schieten. Dus ik heb toen officieel ‘geweer geweigerd’. Om een lang verhaal kort te maken: ik werd erkend als gewetensbezwaarde.
Waarschijnlijk is mijn belangstelling voor het leger juist aangewakkerd omdat ik het gemist heb. De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en de daarin gebruikte wapens hebben mijn warme belangstelling. Veertig jaar later reist deze dienstweigeraar af naar Balkbrug, waar de liefhebbers van militaire voertuigen - verenigd in de DPA - hun jaarlijkse sleuteldag hebben.
Maximale grip, korte remwegen en nauwkeurige handling op natte én droge wegen voor ultieme sportieve controle.
Eigenlijk een museum
De sleuteldag wordt gehouden in de stallen van een voormalige veehouderij, waar prominent lid Ed Stolwerk woont. Waar ooit het melkvee van de vorige bewoners koeienvlaaien stond te bakken, staat nu zijn indrukwekkende verzameling militaire jeeps, trucks en andersoortige voertuigen geparkeerd. Ze zijn allemaal ooit in Nederlandse dienst geweest.
In een aangrenzende stal is een werkplaats gebouwd, waar vandaag rijen stoeltjes staan opgesteld voor de bezoekende DPA-leden. Die leden zijn overigens niet met hun legerjeeps of trucks naar Balkbrug afgereisd, maar in hun dagelijks vervoermiddel. Dat is een stuk betaalbaarder, begrijp ik later. Die legervoertuigen kijken namelijk niet op een litertje meer of minder. Een verbruik van 1 op 2 à 3 Euro 98 is niet ongebruikelijk.
Deze sleuteldag bestaat voornamelijk uit een voordracht van Ed Stolwerk over veelvoorkomende technische problemen bij minstens 25 jaar oude legervoertuigen. Vooral de huidige benzinesoorten met de toegevoegde ethanol zorgen voor grote problemen en vervuiling van de motoren, zo leer ik al snel. Smurrie in de filters, carburateurs en brandstoftanks, en zie dat maar weer eens schoon te krijgen. Het kan wel, maar dan met nog veel milieu-onvriendelijker vloeistoffen dan Greenpeace lief is. Leden kunnen ook met andere vragen of zelfbedachte oplossingen bij hem of bij hun medeleden terecht. Om gespreksstof zit hier niemand verlegen.
Lend Lease-overeenkomst
De grote stal heeft alles van een museum. Bij binnenkomst zag ik al een expositie van vaderlandse legeruniformen in verschillende periodes. Aan de auto’s hangen informatiebordjes en er is een indrukwekkende uitstalling van legeruitrusting uit het verleden. Op aanvraag geeft Ed Stolwerk rondleidingen.
Ik zie een GMC-truck die duidelijk uit de Tweede Wereldoorlog stamt, maar de collectie hier bevat alleen auto’s die in dienst zijn geweest bij het Nederlandse leger. En dat is ook het geval met dit exemplaar. Na de oorlog maakte ons leger namelijk gebruik van de achtergelaten voorraden Amerikaanse en Canadese voertuigen. Er kwamen trouwens ook veel wagens uit de overzeese voorraden van de Geallieerden deze kant op, in het kader van de Lend Lease overeenkomst. Zo werd na de oorlog de overbekende Willys Jeep bij ons in Rotterdam geassembleerd uit Amerikaanse onderdelen. Maar de auto moest wel op Nederlandse Vredestein-bandjes worden gezet en worden voorzien van een Varta-accu. Deze specifieke Jeeps staan bekend onder de naam NEKAF. Ze onderscheiden zich van hun origineel door de extra richtingaanwijzers op de voorspatborden en op de zijkanten.
Veel van de wagens die hier staan heb ik vroeger wel in het dagelijks verkeer zien rijden, bestuurd door militairen. De groene Land Rovers Defender herinner ik me nog wel, net zoals de dofgroene Volkswagen-busjes, de T3-versie. Of een open versie van een Daf 66. Die hadden iets aandoenlijks, omdat niemand begreep hoe dat opengewerkte jarretellenschuddertje het Warschau-Pact nou schrik aan zou kunnen jagen.
De militaire benaming van deze Daf luidt YA 66. De letter Y staat voor ‘Militair’. De letter A voor algemeen. Maar in Eindhoven bouwden ze ook wat stoerders. De bekendste vrachtwagen-variant heette de Daf YA 328. Dat was die truck met die bekende, schuin naar voren lopende cabine. Het eerste cijfer geeft het tonnage aan. Dus de 328 is een drietonner, de 146 een één-tonner. Het tweede cijfer zegt tot welke serie de auto behoort. En het laatste cijfer geeft aan hoeveel draaiende wielen het voertuig heeft. Inclusief draaiende reservewielen.
De familieclub
Interesse in het leger en het daarbij horend rijdend materieel lijkt exclusief een mannenaangelegenheid te zijn. Maar toch zie ik enkele vrouwen hier rondlopen op deze ‘sleuteldag’. Zoals Willemien Weits. “Dat komt, denk ik, omdat DPA een echte familieclub is. Op de evenementen komen vrouwen en kinderen graag mee. Die zijn voor iedereen hartstikke leuk. En sommige vrouwen raken dan besmet met het virus. Ik dus ook. Soms ook de kinderen. Die van mij rijden nu allebei een NEKAF-Jeep.
"Mijn man en ik werden al in 2005 of 2006 lid van DPA. Mijn man was, voor zijn overlijden zes jaar geleden, erg geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog en het daarin gebruikte materieel. Hij wilde zelf eigenlijk ook het leger in, maar dat is nooit gelukt. Het begon met een Moto Guzzi in een leger-uitvoering. Daarmee ga ik weleens naar mijn werk, die rijdt nog prima. Toen kwam daar een Triumph bij, ook een militaire versie natuurlijk. En op een gegeven moment wilden we er een groter voertuig bij. We hebben nu ook een DAF 126. Mijn nieuwe partner is ook erg geïnteresseerd in oude legervoertuigen. Ik heb hem hier op de club leren kennen. Zo gaat dat.”
Archie Prinssen is 90 jaar en het oudste lid van de club. Hij begon met het verzamelen van legervoertuigen na zijn pensioen. "'Wat zal ik nou eens doen met mijn tijd', dacht ik. Ik heb altijd in het groot bouwmaterieel gezeten, grote kranen repareren en zo. En toen kocht ik bij de Domeinen zo’n Dafje. Ik werd ook lid van de Daf-club. En later kocht ik nog veel meer, zelfs rupsvoertuigen. Het mooiste dat ik heb gehad was denk ik wel mijn Bren Carrier uit de oorlog. Ik heb alles altijd zelf onderhouden. Maar dat gaat helaas niet meer. Ik lag op een gegeven moment onder mijn Bren Carrier te sleutelen, en toen kon ik er haast niet meer onder vandaan komen. Toen dacht ik: dat moest maar niet meer.”
De voorzitter
Rob van der Meer is al 13 jaar de voorzitter van deze verzamelaarsclub van legervoertuigen. “Onze vereniging heette eerst voluit Dad’s Peace Army. Maar de vaders zijn er inmiddels haast niet meer. We zijn alweer een generatie verder. Mede omdat mensen die in groene voertuigen rijden al gauw gelinkt worden aan oorlog en narigheid, hebben we onze naam veranderd in Dutch Peace Army. Het gaat ons namelijk om de voertuigen, niet om geweldsverheerlijking.
"Legervoertuigen blinken uit in functionaliteit. Dat maakt ze zo uniek. Een Willys Jeep kan brancards vervoeren boven de motorkap. Zo blijven de gewonden een beetje warm. Zo doordacht! De reservewielen aan de 126 kunnen draaien en zijn zo geplaatst dat bij het doorwaden van een sloot of een kuil, de bodem de grond niet kan raken en de wagen niet blijft steken. Comfort en vormgeving doen er niet toe. De bestuurdersstoel is meestal niet verstelbaar en verwarming is nauwelijks aanwezig.
"Eén keer per jaar huren we als vereniging een dag het militair oefenterrein in Havelte. Daar kunnen onze auto’s laten zien wat ze waard zijn in het open terrein. Dat is een soort hoogtepunt in het jaar. En iedereen helpt iedereen als het nodig is.
"We worden veel gevraagd voor herdenkingen, optochten en voor films. Ik heb meegedaan met de film Zwartboek van Paul Verhoeven. Andere leden met een ANWB-commercial. Meestal houden de aanvragers helaas geen rekening met het feit dat het ons veel geld kost om ergens te komen. Dat is wel jammer.
"Mijn eerste legervoertuig was een Harley Davidson uit de oorlog. Daarna ging ik samen met een bestuurslid kijken naar een Dodge troepentransporter van 2,5 ton in Rotterdam. Toen ik bij de testrit vroeg waar de sleutel zit, werd ik uitgelachen. Legervoertuigen hebben geen sleutel. Je zet de schakelaar om van de massa en dan moet je starten met een voetpedaal. Tja, dat moet je leren, hè. Gelukkig hebben we veel expertise in de club. Dat is vooral voor onze jongere leden fijn. En daar krijgen we er steeds meer van. Wij hebben 220 leden en daar houden we het bij. Je wordt verondersteld jaarlijks bij minstens één evenement aanwezig te zijn. Anders wordt je vriendelijk verzocht je uit te schrijven. We hebben een lange wachtlijst en we willen alleen actieve leden. De belangstelling voor onze vereniging is groot momenteel. Misschien door de afgelopen herdenkingen van 75 en 80 jaar bevrijding. Maar ook door de oorlog in de Oekraïne, denk ik. Die zorgt er ook voor dat veel oud materieel wat schaars wordt. Dat gaat allemaal daarheen.
Een NEKAF-Jeep kost tegenwoordig zo’n 15.000 euro, maar een Willys Jeep uit de oorlog met originele motor en chassis ruim het dubbele. Duitse jeeps, de befaamde Kubelwagens, zijn helemaal onbetaalbaar. Dan moet je denken aan 80.000 euro. Maar Russische jeeps zijn weer goedkoper aan het worden. Daar wil op dit moment niemand in gezien worden.”
De nieuwe Volkswagen T-Roc is innovatiever dan ooit. Ontdek onze sportiefste SUV vanaf € 37.990.