TEST: Zo verleidt de Fiat Topolino je ondanks zijn hoge prijs en gebrek aan comfort
In een tijd waarin auto’s steeds groter en zwaarder worden, kiest Fiat met de Topolino voor de omgekeerde route: een 2,5 meter kort elektrisch stadsvoertuigje dat nog geen 500 kilo weegt.
Als we de piepkleine Topolino zien, willen we hem het liefst inpakken en meenemen. De ronde koplampjes, de mintgroene kleur, het rekje voor de koffers aan de achterkant: het is allemaal even koddig. Fiat schroomt niet voor nostalgie. Die ronde lampen verwijzen naar de eerste Topolino (Italiaans voor muisje), die van 1936 tot 1955 werd gebouwd en de voorloper is van de Fiat 500.
De Topolino lijkt een volwaardig autootje, maar is een brommobiel. Je kunt er al vanaf 16 jaar in rijden, als je je brommerrijbewijs hebt gehaald. Al valt er weinig te brommen, want het Fiatje is elektrisch als maar zijn kan. De specs zijn bescheiden: 8,5 pk, een top van 45 km/h, een ieniemienie-batterij van 5,5 kWh en een actieradius van 75 kilometer. Dat lijkt weinig, maar je komt de stad toch niet uit en dus kun je heel wat ritten kriskras door Amsterdam of andere wereldsteden maken. Thuis aan het stopcontact de batterij opladen duurt vier uur.
Stap in de scherp geprijsde Aygo X en rij direct weg in je nieuwe stoere stadsauto vanaf €279 p/m private lease.
Kuipstoeltjes
In de Topolino zit je ver naar achteren en is er een zee aan ruimte tussen je neus en de steile voorruit. Hoewel je knus tegen de bijrijder zit aangedrukt in het smalle autootje, heb je allebei voldoende beenruimte. De Fiat heeft een groot panoramadak. Omringd door glas, waan je je in een rijdende rondvaartboot. Nou ja, bootje dan. Stel je niet te veel voor van het zitcomfort. De Topolino heeft spijkerharde plastic stoeltjes, alsof je in De Kuip zit in plaats van in een rijdend voertuig. Erg is dat niet. De Topolino is niet gemaakt voor vakantieritten, je rijdt er hooguit een paar kilometer in.
Het portier open je ouderwets met de sleutel. Stuurbekrachtiging is er niet, de knipperlichthendels gaan niet terug in de neutrale stand. In plaats van portiergrepen aan de binnenkant heeft de Topolino lussen waar je aan moet trekken. Het portier aan de bestuurderskant is een suicide door, aan de passagierskant opent-ie ‘gewoon’. Dat heeft met kosten te maken, zo hoef je maar één portier te produceren. Slim, eigenlijk.
Ook geluidsisolatie is er nauwelijks, waardoor je al bij 30 km/h het idee hebt dat je in sneltreinvaart over de autobahn dendert. Toch weet-ie de vele verkeersdrempels verrassend goed te overmeesteren. Het veercomfort is beslist niet oncomfortabel. En airco mag-ie dan niet hebben, Alle Ramen Kunnen Open (en dan zijn het ook nog koddige klapraampjes). Onthaasten is het devies, want van de 8,5 pk sterke elektromotor mag je geen wonderen verwachten. Het duurt 10 seconden voordat je vanaf stilstand 50 km/h rijdt. Een slordigheid is dat je niets ziet door de piepkleine ronde buitenspiegel als je het klapraam een beetje opent; dat zit dan precies in je zicht. Je moet hem dus óf ver openen, óf dichtlaten.
Op de pont
We komen met het elektrische ‘Muisje’ op plekken waar we met een gewone auto liever niet zouden rijden. In de smalle straatjes van de oude binnenstad van Amsterdam voelt de wendbare Topolino zich thuis. Op veel wegen mag je maar 30 km/h rijden, waardoor je zelfs in deze kleine Fiat met zijn beperkte top van 45 km/h moet oppassen voor snelheidsboetes. Maak niet de fout dat je het voertuigje het fietspad op stuurt, want daar mag-ie niet rijden. Wel kun je hem overdwars in een parkeervak zetten, dus vind je vaak snel een plek. Vergeet niet de ouderwetse handrem te gebruiken, anders eindigt je avontuur in de gracht.
Waar we het meeste aan moeten wennen, is dat je zelfs binnen de Ring van Amsterdam goed moet opletten waar je wel en niet mag (en wilt) rijden. Zelfs ‘Mijd snelwegen’ instellen in je telefoonnavigatie helpt niet. De Piet Heintunnel en de IJtunnel, waar een maximumsnelheid geldt van 70 km/h, zijn voor een 45 km/h-auto een hachelijk obstakel op weg naar de eindbestemming. Om het IJ over te komen, mag je de Topolino wel op de pont zetten.
De duurste
Als je door de stad pruttelt met het raam open, heb je niet het gevoel in een voertuig van bijna 10.000 euro te rijden. Je zou hem goedkoper inschatten. Toch is dat de prijs van de Topolino. Hij is duurder dan de andere twee modellen van de Stellantis-drieling, de Opel Rocks-e en de Citroën Ami. De Ami koop je voor 7990 euro en de Rocks-e voor 8499 euro. Tien jaar geleden kocht je daar nog een nieuwe Fiat Panda voor. Voor ouderen die niet meer in een ‘echte’ auto mogen rijden en hun gewone auto moeten verkopen, is dat bedrag wel op te hoesten. Zeker als iedereen zo enthousiast is over de auto als de (oudere) toeristen die we tijdens onze testrit tegenkwamen. Een geestdriftig fotograferend Duits echtpaar vraagt zelfs hoe ze de auto kunnen bestellen …
Ook de yup trekt graag zijn creditcard. Maar voor mensen met kleine beurs is de Topolino peperduur. In Amsterdam fleuren de Fiatjes dan ook vooral de Zuidas en de Grachtengordel op. De Topolino is ook leverbaar als Dolce Vita-uitvoering, mét een oprolbaar canvasdak. In plaats van portieren krijg je dan een deurkoord. Het ziet er geweldig uit, maar in de winter zouden we toch de tram pakken …
Conclusie
In Amsterdam is de Topolino al een bescheiden hit; binnen de A10 kleurt de stad al mintgroen, de enige kleur waarin-ie vooralsnog te bestellen is. In een stad waar je op veel wegen 30 km/h mag, voelt de Topolino met zijn beperkte top van 45 km/h zich als een vis in het water. Comfortabel is het Fiatje niet echt en de uitrusting lijkt op die van een personenauto in de jaren zeventig. Maar vanwege het panoramadak met uitzicht op de stad, de wendbaarheid en de uiterlijke charme weet hij je tóch moeiteloos te verleiden.
Stap in de scherp geprijsde Aygo X en rij direct weg in je nieuwe stoere stadsauto vanaf €279 p/m private lease.