Reportages

Bavo Galama onderzoekt: hoe word je als autogek nou stuntman?

Bavo Galama onderzoekt: hoe word je als autogek nou stuntman?

Elke autogek heeft zichzelf bij het bekijken van spectaculaire achtervolgingsscènes in actiefilms weleens achter het stuur gedagdroomd. Hoe gaaf moet het zijn om stuntwerk te mogen verzorgen voor een James Bond-film of The Fast & The Furious? Voor Brian van de Vooren is het gewoon zijn werk.

Er zijn mannen en vrouwen die beroepshalve elke dag auto’s laten crashen, omrollen, springen, branden of volkomen aan gruzelementen rijden. De vraag is alleen: hoe word je in vredesnaam stuntman? In Wormerveer bevindt zich het pand van het bekendste stuntteam van de Benelux: De Beukelaer. 

De naam van de oprichter Hammy de Beukelaer is nog steeds bekend bij het grote publiek. Zoon Willem is weliswaar nog steeds actief in de filmwereld, maar heeft de zaak onlangs overgedaan aan Marco Maas. Het bedrijf heeft zich voor film- en tv-werk in alle soorten stunts gespecialiseerd, niet alleen met auto’s. Niets is ze te gek: van daken vallen, explosies, vechtpartijen op leven en dood, uit een brandend huis komen rennen met je pyjama in de fik of oude dames op bezemstelen door de lucht laten zweven.

Het onderdeel autostunts verdelen ze in drie segmenten: precision driving, stunt driving en crashes. Brian van de Vooren, stuntman in vaste dienst, vertelt zijn verhaal. 

Bavo Galama onderzoekt: hoe word je als autogek nou stuntman?

Nog niet eens een rijbewijs 

“Ik kom uit de wereld van het freerunning. Dat zijn die jongens die in de stad tegen muren oplopen, salto’s maken en overal opklimmen en afspringen. Ik zat in het nationaal team en toen kwam De Beukelaer eens praten of we konden samenwerken voor filmwerk. 

Nu was ik in die tijd ook industrieel hoogteredder. Als de brandweer mensen in flatgebouwen niet kon bereiken, dan haalde ik ze daar weg. Dat deed ik ook uit heel krappe ruimtes van mammoettankers. Ik had daarom al veel ervaring in rigging: het werken met touwen en kabels. Dat kwam hier bij het stuntwerk enorm van pas. Het werk met auto’s deden anderen. 

Sterker nog, ik had niet eens mijn rijbewijs toen ik hier kwam werken als stuntman. Dat heb ik pas op mijn 26ste gehaald. Ik kwam met mijn eigen specialiteit veel op filmsets terecht en daar merkte ik dat stuntrijders toch wel in hoog aanzien staan. Die kwamen bijna allemaal uit de rallywereld. Ik niet. Maar sinds een jaar of tien komen er steeds meer echte opleidingen voor.” 

Bavo Galama onderzoekt: hoe word je als autogek nou stuntman?

De opleiding tot stuntman 

“Ik ben eerst wat slip- en driftcursussen gaan volgen, maar uiteindelijk heb ik mijn echte opleiding gehad in Californië, bij de legendarische school van Bobby Ore. Daar gaat het er keihard aan toe. Weinig applaus, veel commentaar. Mijn leraar was Jim Wilkey, de man die in hartje Manhattan een vrachtwagen over de kop liet slaan voor de film Batman. 

We begonnen eerst met dagenlang slaloms in steeds wisselende auto’s. Daarna driften, powerslides en box-slides: inparkeren met een 90-graden slip. Ook op topsnelheid in z’n achteruit! Als je tijdens de oefeningen de auto eindelijk beheerste, moest je naar een heel andere auto. Een achterwaartse slip in een Dodge Ram of een Toyotaatje is echt een enorm verschil.”

“Op de filmset heb je maar één kans om het goed te doen.”

“Ik maakte dagen van twaalf tot zestien uur. Voor plezier, lol, bravoure of het kietelen van je ego was absoluut geen ruimte. Het was keihard werken en bloedserieus. Voor elk onderdeel kreeg je ook maar één kans om af te ronden. Als je tijdens zo’n tussenexamen ook maar even op de lijn van de pylonen kwam, was je meteen gezakt en kon je naar huis. 

Dat is overigens een goede voorbereiding voor de praktijk: op de filmset heb je meestal maar één kans om je stunt te doen. Of je krijgt op het allerlaatst een andere auto dan afgesproken. Als je het verknalt, kost dat de productie een enorme berg tijd en geld. Slechts één op de honderd haalt de eindstreep van die opleiding. Ik was daar hartstikke trots op natuurlijk, maar dan stuit je in Nederland op het probleem dat je nauwelijks gelegenheid hebt om je vaardigheden bij te houden.” 

Bavo Galama onderzoekt: hoe word je als autogek nou stuntman?

De praktijk 

“Ik kwam apetrots terug met mijn certificaat, maar het duurde nog een halfjaar voordat ik mijn eerste filmwerk deed. Ik moest tegen de rijrichting in door het verkeer laveren. Dat is dus een voorbeeld van precision driving. Alles verloopt volgens een exacte timing. Je moet je collega precies genoeg ruimte geven om zijn ding te doen. Maar dan wel zo krap mogelijk. Daarna volgden wat commercials. 

Bij een autoreclame rijd je soms in een prototype waarvan er maar enkele zijn. Dan is schade rijden een catastrofe voor de opdrachtgever. Toch moet je voor de juiste scherpte van de camera precies 11 centimeter langs de camera rijden en geen millimeter minder. Of de regisseur zegt dat hij het nog een keer wil opnemen met dezelfde snelheid door de bocht, maar dan met iets meer bodyroll of juist iets minder. 

Bavo Galama onderzoekt: hoe word je als autogek nou stuntman?

Als mensen je leren kennen, krijg je vanzelf opdrachten die steeds een stapje verder gaan. “Zo had ik nooit geleerd om met auto’s te springen. Ondertussen had ik wel heel vaak schansen mee helpen opbouwen en afstanden uitgemeten door in de auto op de schans af te rijden. De uiteindelijke eerste sprong was daarom eigenlijk vanzelfsprekend. 

Zo ging het ook bij mijn crash op de set. Uiteindelijk is de praktijk de beste leerschool. De auto’s die we moeten laten crashen, zijn vaak niet al te nieuw. Het komt best vaak voor dat we door de rem heen trappen. Vaak heb je een lange uitloop, maar soms staat er aan het eind een gebouw of, erger, de cameracrew. Daar moet je in je voorbereiding rekening mee houden. 

Stuntwerk is koel blijven en rationeel nadenken en vergt heel veel voorbereiding. Je moet je ego uitschakelen. Bravoure is uit den boze, want je moet te allen tijde gefocust blijven in dit vak.”

Bavo Galama onderzoekt: hoe word je als autogek nou stuntman?

Niet alles gaat goed 

“Toch gaat het ook weleens mis: een keer deed de auto totaal niet wat we hadden bedacht. Ik moest met een Range Rover over een pipe-ramp rijden. Dat is een stalen buisconstructie die schuin omhoog loopt. Als je daar met één voorwiel overheen glijdt, wordt de auto de hoogte in geslingerd en gaat hij draaien over de lengteas. 

Bij die scène was het de bedoeling dat de Range Rover zou gaan rollen en op zijn dak zou landen. Op zichzelf een standaardstunt voor ons. De Range Rover ging wel omhoog, maar landde weer op zijn wielen en schoot door. Ik reed zo een stapel boomstammen langs de kant van de weg in. 

Achteraf denken we dat het bospad minder waterpas was dan we hadden aangenomen. Dan kantelt zo’n zware auto te weinig om het zwaartepunt helemaal naar de zijkant te verleggen en te gaan rollen. De regisseur was trouwens helemaal opgetogen over dit ongeplande resultaat, want een Range Rover die een stapel boomstammen binnenrijdt, was misschien nog wel spectaculairder.”

Bavo Galama onderzoekt: hoe word je als autogek nou stuntman?

T-bones, head-ons en een warm bad 

“In ons jargon is een head-on een frontale botsing. Een T-bone is een crash waarbij een auto midscheeps moet worden geramd. De snelheid waarmee je op elkaar afrijdt voor een T-bone kun je helemaal doorrekenen, maar de laatste meters doe je op je zicht en je gevoel. De regisseur zet gewoon een kruisje op de zijkant van de auto waar hij geraakt moet worden. Voor Flikken Rotterdam kwam de auto vlak voor hij geraakt moest worden uit een bocht tevoorschijn. Dat is dan wel echt een uitdaging qua timing. 

Net als achteruitrijden. Het shot vlak voordat boeven achter op de auto van de held botsen, wordt meestal omgekeerd opgenomen. Dan begin je op de bumper van de camerawagen en dan rij je maximaal achteruit en de bocht om. Alles op je spiegels, want je moet vooruit blijven kijken. In de film rijd je vooruit.” 

“Ik moest telkens rondjes om Katja Schuurman blijven driften.”

“Soms sta je niet met collega’s in een scène, maar met ongetrainde acteurs. Zo moest ik ooit in een uiterst krappe circuspiste rondjes rondom Katja Schuurman blijven driften. Alles een beetje op snelheid, maar ze gaf geen kik.” 

“Een van de belangrijkste eigenschappen van een stuntman is het vermogen je te kunnen focussen op één ding. Ook als het technisch een simpele opgave is. Voor de rest moet je een beetje in conditie zijn, met name voor de crashes. Bij achtervolgingen kun je aardig door elkaar worden gegooid, als die op ruig terrein plaatsvinden. Vraag maar eens aan een rallyrijder. 

Bij crashes zit je lichaam vast met een vijfpuntsgordel, maar je nek, je hoofd en je schouders krijgen behoorlijke klappen. Daarom doe ik aan krachtsport, om dat allemaal op te kunnen vangen. En dan nóg kom ik na een werkdag soms gebroken thuis en strompel ik direct naar boven om in een warm bad te gaan liggen."

Wekelijks autoplezier in je mailbox?

  • ✓ Mis geen belangrijk autonieuws
  • ✓ Exclusieve verhalen alleen voor jou
  • ✓ Speciale kortingen en acties
Redactie
Door Redactie

Zoeken