column

De meeste Ferrari's zijn het niet

Column Maarten van Rossem - Wat is een klassieke auto?

Dit is mijn eerste column. Daarom heb ik voor mijzelf geprobeerd de vraag te beantwoorden wat eigenlijk een klassieke auto is. Niet alle oude auto’s zijn klassieke auto’s.

Column Maarten van Rossem - Wat is een klassieke auto?

Waarschijnlijk is er een club van liefhebbers van de Opel Kadett A van 1962, en tegen enthousiasme voor de Kadett heb ik geen enkel bezwaar. Een klassieker vind ik dat echter niet. Aan de andere kant vind ik de meeste Ferrari’s, die op veilingen fantastische prijzen opbrengen ook geen echte klassiekers. Een klassieke auto moet binnen het auto-universum iets bijzonders hebben. Hij moet ingenieus of vernieuwend zijn, hetzij technisch hetzij esthetisch, of een bijdrage hebben geleverd aan de ‘automobilisering’ van de samenleving. Al die Ferrari’s zijn zonder uitzondering elegante en zeer snelle auto’s, maar technisch zijn ze nooit vernieuwend geweest. 

Gegeven de door mij aan een klassieke auto gestelde eisen, is de nederige T-Ford, een simpele maar in velerlei opzichten vernieuwende auto die dateert van 1908 een echte klassieker. Vanaf 1910 werd de T-Ford aan de lopende band gebouwd, een revolutionaire vernieuwing van het productieproces. In dat jaar werden er 32.000 geproduceerd, zes jaar later 750.000. Tussen 1921 en 1923 had Ford 60 procent van de Amerikaanse automarkt in handen. De T-Ford zal velen doen denken aan Laurel en Hardy of aan de Oude Schicht van Ollie B. Bommel, maar het is waarlijk een iconische auto, zonder twijfel de belangrijkste auto van de vorige eeuw. 

Zonder het weergaloze succes van de T-Ford was Hitler nooit op het idee van zijn Volkswagen gekomen. Ook de Volkswagen Kever is een ware klassieker, die net als de T-Ford in geen enkele autoverzameling zou mogen ontbreken. Zo redenerend ligt er nog een aantal klassieke auto’s voor de hand: de Citroën 2CV, de Fiat 500/600 en de Mini. Alle drie in grote aantallen geproduceerd. Van die drie is de 2CV zonder meer de origineelste auto, maar de meeste Citroëns waren zo origineel dat zij weinig invloed hebben gehad op andere autoproducenten, al kunnen we de zeer succesvolle Renault R4 beschouwen als een verbeterde Eend-kopie. 

“Tegen enthousiasme voor de Kadett heb ik geen enkel bezwaar. Een klassieker vind ik dat echter niet.”

Wel zeer invloedrijk was de Mini, die voorwielaandrijving combineerde met een dwars geplaatste motor. Die combinatie was in de Mini nog niet optimaal geconstrueerd, maar was wel de toekomst van de in massa geproduceerde Europese kleine auto. De Kever, een ontwerp van 1934, was in de vroege jaren zestig al volkomen verouderd. We kunnen de al genoemde Kadett A wel beschouwen als een praktische, maar fantasieloze Kever-vervanger. De aftocht van de Kever leidde tot een ruim en aantrekkelijk aanbod van wat we anti-Kevers zouden kunnen noemen: De Fiat 128 (1969), de Citroën GS (1970), de Alfasud (1971) en ten slotte de echte opvolger van de Kever en de redder van het VW-concern, de Volkswagen Golf (1974). 

Dat zijn vier briljante auto’s, wat mij betreft echte klassiekers. De Fiat 128 is heel wat interessanter dan al die rare Lamborghini’s. Het is veel moeilijker om een praktische auto te ontwerpen die aan alle redelijke eisen voldoet en die voor een burgermansprijs kan worden verkocht, dan zo’n onwaarschijnlijk duur snelheidsmonster. Van de vier opvolgers van de Kever was de Citroën zoals gewoonlijk de meest briljante, maar de Golf verreweg de meest succesvolle, omdat hij heel knap stap voor stap verder werd ontwikkeld. Zijn al die Golf-generaties klassiekers? Nee, helemaal niet, ze zijn te beschouwen als knappe, maar minimale variaties op een voortreffelijk thema. 

Dat geldt ook voor al die generaties Toyota Corolla, waarvan er tientallen miljoenen zijn geproduceerd. In 1997 produceerde Toyota wel een echte klassieker, de revolutionaire, hybride Prius. De eerste generatie van de Prius zag er nog wat onnozel uit, maar de tweede generatie was een schot in de roos. Kortom, echte klassiekers hoeven geen Bugatti’s Royale te zijn, of Rolls-Royces Silver Ghost. U hebt waarschijnlijk zelf regelmatig in een echte klassieker gereden zonder het te merken.

Rest mij een gedachte-experiment dat laat zien dat mijn principes als het op klassiekers aankomt elastisch zijn. Welke vijf klassiekers zou ik wel willen hebben, als ik de ruimte en het geld ervoor had? Allereerst een Voisin C25 Aérodyne (liefst donkerrood), een auto van ver buiten de mainstream, waarvan er maar een paar zijn gemaakt, en waar je miljoenen voor betaalt. Vervolgens een Lotus 23, het meest elegante en effectieve sportwagentje ooit gebouwd. Het mag een replica zijn, want ik ben geen purist. Dan de Citroën GS, elegant, met dat heerlijke stofzuigergeluid. Onvermijdelijk ook de meest utilitaire auto ooit gebouwd; de VW Schwimmwagen, voorzien van schep en peddel. Ten slotte mijn eerste grote autoliefde, een Renault R16 TS.

Deze column van Maarten van Rossem stond oorspronkelijk in Classic Cars nummer 40. Het hele blad lezen? Je kunt Classic Cars online nabestellen

Redactie
Door Redactie

Wekelijks autoplezier in je mailbox?

  • ✓ Mis geen belangrijk autonieuws
  • ✓ Exclusieve verhalen alleen voor jou
  • ✓ Speciale kortingen en acties

Zoeken

Merk- & modeldossiers