TEST Audi RS3 vs Ducati Panigale: allebei bloedsnel, maar er roept er maar één ontzag op
Ze zijn allebei razendsnel. Ze komen allebei uit de koker van Volkswagen. Ze belichamen het beste van het beste van het moment op hun gebied. Maar voor de een heb je net wat grotere bal… eh, moed nodig om hard te gaan dan voor de ander.
De hemel zij geprezen voor een droge dag in het nog vroege voorjaar. Die gedachte gaat als eerst door je hoofd wanneer je de volgende cijfers op het bordje bij de Ducati Panigale V4 ziet staan: 216 pk, 121 Nm, 187 kilo. De naam Panigale staat in de wereld van twee wielen gelijk aan namen als 911 en Testarossa bij auto’s. Hoewel Ducati tegenwoordig alle soorten motoren bouwt, zijn het de racemotoren die het merk wereldwijd op de kaart hebben gezet. De naam Panigale, de kleur rood en het befaamde geluid van de tweecilinder maakten Ducati beroemd én berucht.
Ook voor verhalen als deze zit je goed bij Auto Review. Schrijf je in voor onze gratis wekelijkse nieuwsbrief!
Ducati Panigale vs Audi RS3 vermogen
Terug naar de cijfers. De V4 levert 216 pk. Voor een auto is dat zeker sinds de intrede van stroom als brandstof niet eens meer zoveel. Het is de combinatie met het gewicht van 187 kilo die het spannend maakt. De 'Duc' levert meer dan 1 pk per kilo.
Laten we niet langer wachten en de tweede speler van de dag erbij halen. Een auto uit dezelfde stal als de Ducati: de Audi RS3. Audi werd op 19 juli 2012 eigenaar van Ducati en dus zijn de twee sindsdien familie. De RS3 heeft een vermogen van 400 pk, maar weegt wel 1540 kilo. Dat levert een verhouding op van een kwart pk per kilo. Nog altijd fenomenaal.
Vandaag zetten we de twee naast elkaar om te kijken welk apparaat ons hart uit de borst kan laten kloppen, het bloed naar de enkels doet stromen en het zweet over de rug doet lopen. Welke van de twee is het meest begerenswaardig en nemen we het liefst mee naar huis?
Ontzag voor de Duc
Laat duidelijk zijn, geen van de twee apparaten is een lachertje. Het is echter de Ducati die ontzag inboezemt. Zoveel vermogen en zo weinig gewicht. En dat op twee wielen. De motor ademt snelheid en kracht. Alleen al door zijn uiterlijk. Zoals bij alle racemotoren ligt het zwaartepunt aan de voorzijde, waar de aerodynamische kuip de magistrale V4 uit het zicht en de wind houdt.
De afgelopen jaren kregen de ontwerpers steeds meer de vrijehand doordat nieuwe led-lichttechnologieën een steeds compactere en scherpere vormgeving mogelijk maakten. Opvallend zijn de twee vleugels voor aan de kuip die de Panigale V4 aan de grond moeten houden op hoge snelheid. Show of noodzaak? We hopen het eerste, we vrezen het laatste. Ondanks alle moderne rijtechnologieën blijft de Panigale spartaans. Geen vierwielaandrijving, geen chips en sensoren die de krachten per wiel monitoren en bijsturen om balans te houden zoals bij de Audi.
Wel tractiecontrole op dat ene aangedreven wiel, en die blijft voorlopig op de meest veilige stand. De zithouding gericht op snelheid. Je zit in gevechtshouding om het verkeer, het asfalt en de bochten aan te vallen. Laag boven de motorfiets. Je polsen zwaar leunend op het stuur. De enige manier om het gewicht van je polsen te halen is snelheid te maken. Relax is geen optie. Sturen doe je amper met het stuur, maar met je gewicht. ‘Gewoon je binnenste bil naast de motor hangen’, zei mijn instructeur. Hoe waar dit is ook is, doe het maar eens zonder in je broek te plassen.
Als je écht durft
We schreven eerder: ‘het befaamde geluid van de tweecilinder’, en even waren we bang dat de V4 ons zou teleurstellen. Maar ook de viercilinder ronkt als een echte Duc. De roffel is onbeschrijfelijk en met niets te verwarren. Als het hart nog niet klopte, of het zweet nog niet stroomde, gebeurt dat nu wel. Wat een geluid! En dan tik je de versnelling in de één, laat je de zware koppeling met kort aangrijppunt opkomen en geef je voorzichtig gas. En stuif je er niét vandoor.
Ondanks de kracht, het vermogen, het uiterlijk en de sound, rijdt de Ducati verrassend verfijnd. De cijfers liegen er niet om: 120 km/h in de eerste versnelling, van 0 naar 100 km/h in 3,4 seconden, maar de cijfers zeggen niet de hele waarheid. De Panigale geeft je ook de tijd om te wennen en de ontluikende liefdesrelatie cruisend te beginnen. Zelfs in de eerste versnelling zonder gasgeven of ontkoppelen, bokt de motor amper. Hij laat je wennen, zodat je de grenzen met beleid kunt verzetten, en je op je eigen tempo op zoek kunt naar zijn ware aard. En die is echt machtig. Het geloei zwelt aan richting de 13.000 toeren. Geen zinloze actie, want de Ducati behaalt zijn topvermogen pas bij 13.500 toeren (!).
Wie het maximale uit de Ducati wil halen, moet niet bang zijn voor lawaai. De V4 schreeuwt om benzine, snelheid en lef. De accelaratie is meedogenloos, en de moderne Quick Shift-technologie maakt koppelen en ontkoppelen overbodig. Tik: één. Tik: twee. Tik: drie. De acceleratie is telkens zo enorm dat je het bloed voelt wegstromenstromen uit je hoofd, en je maag ineenkrimpt. Tik: drie voor een flauwe bocht. Tik vier om het toerental iets te laten zakken. Waar zijn vijf en zes voor nodig? Magistraal. Maar alleen als je durft. Als je écht durft.
Buitengewoon veel ruimte en een enorm rijbereik. De elektrische Volkswagen ID.7 Tourer. Alleen dit jaar nog 17% bijtelling.
Allebei snel, maar …
En dan de RS3. Ook de Audi heeft een motor met historie. Het is een van de laatste vijfcilinders. In dit geval met turbo. We zeiden het al 400 pk, maar ook 500 Nm koppel. Dat koppel zit niet vastgepind op een extreem toerental maar wordt bereikt tussen de 2250-5600 toeren per minuut. Dat de RS3 verfijnd is, weten we al. Je hoeft niet bang te zijn. De vierwielaandrijving, ooit ontwikkeld voor ’s werelds meest indrukwekkende rally-auto, de Ur-quattro, staat enorme bochtsnelheden toe.
Vol gas wegrijden doe je zonder angst om je voertuig in een baan om de aarde te lanceren en zelf hard met je rug op het asfalt te klappen. Sterker: de launch control helpt je om moeiteloos tot de accelaratietijd van 3,8 seconden te komen. Vier tienden langzamer dan de Ducati - op papier. In de praktijk eigenlijk altijd sneller tenzij je naam met een R begint en op ‘ossi’ eindigt, én je over een heel groot hart beschikt. Of kleine hersenen.
De Audi biedt een optimum aan performance, die dankzij technische verfijning voor iedereen bereikbaar is. Een combinatie die je vroeger vooral bij de Porsche 911 aantrof. Een vorm van perfectie. Bloedsnel, maar zonder gedoe. Bloedsnel, maar in alle luxe. Met airco, stoelventilatie en premium sound uit zestien boxen en twee dikke uitlaten. Iets anders dat je vroeger ook bij de Porsche 911 aantrof is de prijs van meer dan 110 duizend euro. Waar is de tijd gebleven?
Wie gaat er mee naar huis?
We kijken de lucht in op zoek naar bewolking. Geen wolkje aan de lucht. Het blijft droog. Dat is duidelijk dus. De Ducati Panigale V4 gaat mee naar huis vandaag. Wat een beleving geeft dat apparaat. Je voelt de ingetogen kracht onder je kont. Je voelt het gevaar. Bij iedere acceleratie. In elke bocht. Bij elk schakelmoment. Zelfs als je stil staat. Het regent niet, maar je houdt het niet droog. De Duc vergt ook energie. Opperste concentratie. Het gevaar is er altijd, en groeit met je zelfverzekerdheid. De Audi roept respect op. De Ducati ontzag.
Het is leuk rijden op de Ducati, maar ook vermoeiend. Je kunt niet langzaam gaan. Je kunt niet relaxen, of je aandacht even laten verslappen. Het verkeer is een vijand die je aanvalt voor je plezier. Heerlijk voor ophitsend avontuur op een zomerse dag. Op de meeste andere momenten tekenen wij voor de Audi. Die biedt een geniale combinatie van sportiviteit, veiligheid, comfort en luxe, die op zijn minst heel dicht in de buurt komt van de auto die we op dit punt het hoogst hebben staan: de Porsche 911. Ook uit diezelfde stal. De RS3 is een alleskunner, maar dan wel tot in de extremen. Eigenlijk is kiezen tussen de Duc of de RS3 een onmogelijke keuze. Maar goed de zon schijnt. We hebben de tijd. En de liefde voor de Duc is spannend en nieuw.
Buitengewoon veel ruimte en een enorm rijbereik. De elektrische Volkswagen ID.7 Tourer. Alleen dit jaar nog 17% bijtelling.