Reportages

Vijftig jaar Range Rover

Luxestrijd: Oude Range Rover versus nieuwe Range Rover

Het is precies vijftig jaar geleden dat de eerste generatie Range Rover op de markt kwam. Het model wordt vaak als grondlegger van het luxe-suv-segment gezien. Maar is hij dat echt? Want de allereerste Range Rover is verbazingwekkend spartaans.

Luxestrijd: Oude Range Rover versus nieuwe Range Rover

We hadden gedacht dat we met dé luxe-offroader van de jaren zeventig te maken zouden krijgen, maar dat valt alleszins tegen. Sports utility vehicle? Zelfs naar de maatstaven van de jaren zeventig is er helemaal niets sportiefs aan het weggedrag van de Range Rover Classic. Met zijn starre assen en weke veren waggelt de woestijngele vierwielaandrijver van bocht naar bocht. Stuurcommando’s ziet de klassieke Brit meer als suggesties.

En toch vraagt hij constant om input van de bestuurder. De Classic is wat dat betreft het tegenovergestelde van een zelfrijdende auto, want zelfs op een recht stuk moet je hem doorlopend corrigeren. De lol zit hem in het spelen met de massatraagheid. Het gevoel van overwinning is groot als je de deinende en hellende carrosserie in een stroperige dans over heuvels en door bochten krijgt.

Luxestrijd: Oude Range Rover versus nieuwe Range Rover
Luxestrijd: Oude Range Rover versus nieuwe Range Rover

Luxe? Welke luxe?

De excentrieke Land Rover-ingenieur Charles Spencer King staat aan de basis van de klassieke Range Rover. Al in de jaren vijftig wilde hij een stationwagon op hoge poten bouwen. Terreinwagens werden destijds nog standaard voorzien van een starre as met bladveren, maar daarvan wilde Spencer King niets weten. Hij combineerde twee starre assen met lange spiraalveren. Als passende motor had hij een V8 in gedachten, die Land Rover bij General Motors vandaan haalde. Hoewel hij in de VS al niet meer leverbaar was, diende de motor van de Buick 215 met een cilinderinhoud van 3,5 liter (215 cubic inches) als basis.

Hoewel de Range Rover toen de luxe van een grote sedan moest bieden, moet je daar nu niet al te veel meer bij voorstellen. De enige ‘luxe’ aan boord van de Range Rover is de asbak. Die zit naast de handrem op een opvallend wollige middentunnel: eentje waarvoor de bekleders ogenschijnlijk Tommie uit Sesamstraat hebben gevild. Het dashboard daarboven is van keihard plastic en lijkt regelrecht uit een bedrijfswagen te komen. Radio? Airconditioning? Stuurbekrachtiging? Automatische versnellingsbak? Niet beschikbaar en in de eerste jaren ook niet leverbaar. Zelfs de zijruiten moesten nog met de hand open en dicht worden gezwengeld.

Luxestrijd: Oude Range Rover versus nieuwe Range Rover

Geen automaat

Tussen 1970 en 1982 was de Range Rover er overigens alleen als driedeurs. En daar zat niet – zoals nu gebruikelijk is – een design- of marketinggedachte achter. Rover had simpelweg niet genoeg ponden op de bank om de ontwikkeling en productie van een vijfdeursvariant te bekostigen. Tot de jaren tachtig waren klanten dus aangewezen op conversies door onder meer de Zwitserse specialist Monteverdi.

Vanaf 1983 kwam er eindelijk een automatische transmissie beschikbaar. Een jaar later begon het premiumoffensief pas echt: met de introductie van een andere interieurkleur dan beige. Overdaad was tot dan toe alleen onder de motorkap te vinden, met de 3,5 liter V8. Vandaag de dag stellen de prestaties van de Classic weinig voor, maar in de jaren zeventig was hij alle andere terreinwagens de baas met zijn romige en krachtige achtcilinder.

Luxestrijd: Oude Range Rover versus nieuwe Range Rover
Luxestrijd: Oude Range Rover versus nieuwe Range Rover

Suv in een power suit

De nieuwe Range Rover – een echte, niet een Velar of Sport – is meteen te herkennen als nazaat van het oermodel: je ziet het aan zijn hoekige voorkomen, zwarte raamstijlen, opgelegde motorkap en dubbele achterklep. Hij doet je daarentegen beseffen dat de auto-industrie in de afgelopen vijftig jaar lichtjaren vooruit is gesprongen. Met zijn voorloper heeft hij helemaal niets meer te maken. Zijn design roept herinneringen op aan vroeger, maar de Range Rover staat met beide benen in het heden. Nergens is dat beter zichtbaar dan aan de voorkant, waar geknepen koplampen met felle led-signatuur zich om de carrosserie vouwen.

De wat brave, sullige look van de Classic, met zijn ver opengesperde ‘ogen’, zou op de huidige markt echt niet meer kunnen. Voor een bedrag van ruim 100.000 euro – de Range Rover is er vanaf 133.240 euro – wil je een suv in een power suit die kracht, stijl en sportiviteit uitstraalt. Vergeleken bij de excentrieke landadelcharme van de oer-Range Rover doet zijn achterkleinkind eerder koel, stads en akelig perfect aan.

Luxestrijd: Oude Range Rover versus nieuwe Range Rover

In één opzicht ouderwets

Het interieur van de Range Rover is tot in de puntjes gestileerd, maar de 525 pk sterke V8 met compressor zorgt toch nog voor een rauw randje. Verwar de Range Rover desondanks niet met een luxepaard dat zijn hoeven het liefst schoon houdt. Met zijn elektronica kan de opper-suv niet alleen infotainen, maar ook de meest ruwe terreinen bedwingen. De Range Rover draagt een maatpak, maar heeft er ook gewoon modderlaarzen onder aan.

Slechts in één opzicht is het huidige model nog steeds ouderwets: zijn weggedrag. De 2375 kilogram wegende kolos haalt zijn neus op voor sportiviteit en walst zwierig heen en weer, en op en neer. Hij is groot en zwaar en gedraag zich ook zo. Maar dat is prima. Een sports utility vehicle kun je hem niet noemen, vanwege een gebrek aan sports. De Range Rover staat niet aan de basis van het fenomeen en doet er ook niet aan mee. Een Range Rover is simpelweg een Range Rover.

Remco Slump
Door Remco Slump

Wekelijks autoplezier in je mailbox?

  • ✓ Mis geen belangrijk autonieuws
  • ✓ Exclusieve verhalen alleen voor jou
  • ✓ Speciale kortingen en acties

Zoeken

Merk- & modeldossiers