Vincents oude Rover heeft oerdegelijke Japanse techniek, toch zei hij ineens 'poef'
Vincent Geleyns (38) lijdt aan een ernstige vorm van automobiele anglofilie. Dat is niet gevaarlijk, maar besmettelijk is het zeker. Vincent werd aangestoken door zijn vader, wat heeft geresulteerd in een diepe liefde voor hun ‘Maggie’, een donkergroene Rover 827 Coupé.
Vertel eens Vincent: hoezo ‘Maggie’? “Tja, auto’s zijn bij ons thuis vrouwelijk en ze krijgen altijd een naam. Deze is vernoemd naar Margaret Thatcher, de voormalige Britse premier, ook wel the iron lady genoemd”
De liefde begon met een Montego
Oké, dat snappen we nog, maar we begrepen dat de liefde voor Engelse auto’s bij jullie ooit is begonnen met een Austin Montego. Die modelnaam klinkt natuurlijk geweldig. Van een auto die vernoemd is naar een Jamaicaanse badplaats verwacht je dat het één groot zonnig feest is.
De Britse middenklasser staat daarentegen bekend als een poel van ellende. Vroegtijdige roest, elektrische storingen, olielekkages en koelproblemen, niets bleef de vroege Montego-rijder bespaard. Hoe kom je bij zo’n auto?
Maak kennis met de nieuwe Ibiza, de sportieve hatchback met nog scherper design en fris interieur. Nu vanaf € 24.990
“Als iemand óns een Montego had geadviseerd, hadden we ons afgevraagd of we hem iets hadden misdaan”
“Hij werd mijn vader in de jaren tachtig aangeboden door toenmalig dealer Visscher in Culemborg. Hij vertelde dat-ie een mooie inruiler had, een lichtblauwe Montego sedan.”
Hmmm, als iemand óns een Montego had geadviseerd, hadden we ons afgevraagd of we hem misschien iets hadden misdaan. Maar de auto beviel wonderwel goed en dat was waarom er in huize Geleyns nog een heel rijtje Austin-Rovers volgde. De auto die de familie het langst trouw bleef, was een Rover Tourer, een stationwagon op basis van de toenmalige 400.
Opgave na 4 ton
Vincent: “De Tourer hadden we nog in de tijd dat ik net mijn rijbewijs had. Vaak mocht ik de auto gebruiken om ermee naar de IVA in Driebergen te rijden, waar ik studeerde. Maar in 2014 was de Tourer helemaal op. Ik geloof dat er toen iets van vier ton op de teller stond. Op een gegeven moment bleef ze gewoon stilstaan en was er geen land meer mee te bezeilen.”
Van 55.000 voor 1500 euro
In plaats van de Tourer moest er dus iets anders komen. Inmiddels was Rover failliet, toch stond als een paal boven water dat ook de vervanger weer het Vikingschip in de grille moest hebben. Maar waarom een 800 Coupé?
“Die auto hadden mijn vader en ik al jaren in ons hoofd, want zo’n grote coupé is toch wel heel speciaal. Onze zoektocht bracht ons bij een bedrijf in Druten, dat er wel vijf had staan. En dan te bedenken dat er maar 26 nieuw zijn verkocht in Nederland. Oké, deze is uit Duitsland geïmporteerd, maar toch.
Allemaal hadden ze een prijskaartje van rond de 1500 euro. Terwijl ze nieuw 55.000 euro hadden gekost! Eigenlijk hadden we onze zinnen gezet op een metallic beige exemplaar, maar werd vlak voor onze neus weggekaapt. Deze groene was second best en had nog maar 144.000 kilometer gereden.”
Wil je ook met je youngtimer op onze site en ons gedrukte magazine? Meld je aan bij de redactie!
Happy with Honda
Kwamen er na aanschaf geen lijken uit de kast? “Nee, helemaal niet. Het spatbord en de deur aan passagierskant hadden wat plaatschade. Daarom hebben we ze na een tijdje vervangen door onderdelen van een donorauto die toevallig in de buurt stond.”
Dat de destijds toch al twintig jaar oude Rover technisch niks mankeerde, is minder verbazingwekkend dan de vooroordelen veronderstellen. De Rover mag met zijn chroomgerande grille en zijn rijkelijk van houtfineer en leer voorziene interieur nog zo Engels lijken, de technische genen zijn grotendeels Japans.
Sinds 1979 had Rover (voorheen British Leyland) nauwe banden met Honda en kon het volop gebruikmaken van Japanse techniek. Ironisch genoeg kwam er in het bouwjaar van Vincents auto een eind aan Rovers happy-with-Honda-tijdperk, maar de 800 liep al sinds 1986 van de band. Eerst alleen als statige sedan, vanaf 1988 ook als vijfdeurs liftback, en de Coupé volgde in 1992.
Overeenkomsten Rover 800 en Honda Legend
Technisch had de 800 veel gemeen met de Legend, het toenmalige vlaggenschip van Honda. Het project om gezamenlijk een topmodel te ontwikkelen, was al begonnen in 1981. De Rover droeg intern de code XX, de Honda HX.
De vierdeurs versies deelden de basisstructuur en de bodemplaat. Ze hadden dezelfde wielbasis en werden aangedreven door de voorwielen. Ook de basisopzet van het onderstel kwam uit een gezamenlijke koker, al waren er wel kleine verschillen in de voorwielophanging.
Rover ook met viercilinders
Alle versies kregen een dwars geplaatste motor, alleen werd de Legend uitsluitend met Honda’s eigen V6-motoren geleverd, terwijl de 800 ook werd aangeboden met viercilinders van Rover-huize, waaronder een diesel. Nadat Honda en Rover uit elkaar waren gegaan, monteerde Rover ook nog de eigen 2,5-liter KV6 in de 800.
Geen omgekatte Honda
Veel overeenkomsten dus, toch kun je de Rover zeker geen omgekatte Honda noemen. Vrijwel alle zichtbare onderdelen waren anders. Rover-ontwerper Roy Axe had de 800 bewust de nodige kenmerken van de Rover SD1 meegeven, wat je ziet aan de bijna dichte neus van de eerste serie en natuurlijk aan de vijfdeurs versie.
De Legend en de 800 deelden geen enkel carrosseriepaneel en hadden elk een eigen dashboard, interieur, neus en achterzijde. De Rover kreeg een uitgesproken Britse inrichting, terwijl de Legend een soberder, typisch Japanse binnenhuisarchitectuur had. Hoewel er ook van de Legend een coupéversie was, ontwikkelde Rover de 827 Coupé geheel zelfstandig.
Kinderziektes en problemen Rover 800
De Rover 800 was technisch geavanceerd en comfortabel, maar de vroege exemplaren kregen een matige reputatie door elektrische storingen, slordige afwerking, lakproblemen en roest. Daar hielp de reclameslogan The Best of British geen moedertjelief aan.
Vanaf 1988 en vooral na de facelift van 1991 - waarbij de auto ook zijn statige grille kreeg - verbeterde de kwaliteit sterk. De 827 met Honda’s 2,7-liter V6 geldt als de betrouwbaarste versie, terwijl de late 825 met Rover KV6 juist berucht werd vanwege motorproblemen.
Hoeveel Rovers 800 geproduceerd?
De verbeterde faceliftversie kon het geschade imago niet meer rechttrekken. Daarnaast moest de auto opboksen tegen ijzersterke concurrenten als de Mercedes E-klasse (W124) en BMW 5-serie (E39). Buiten Engeland werd de Rover 800 dan ook geen groot succes. Het totale productieaantal van 317.126 auto’s is respectabel, maar het duurde twaalf jaar (1986-1998) om het te bereiken.
Exclusieve Coupé
Van de in 1992 geïntroduceerde Coupé liepen maar 6448 stuks van de band. En dat terwijl Rover er juist zulke ambitieuze plannen mee had. Bij de start van de ontwikkeling eind jaren tachtig, had het merk vooral de Amerikaanse klant voor ogen. Om zich vervolgens in 1991, vlak voor de introductie, uit de VS terug te trekken. In de Nederlandse verkoopcijfers speelde de 800 een marginale rol: er werden 1634 exemplaren verkocht. Waarvan - volgens Vincent - dus maar 26 coupés.
“Achter het stuur van de Rover vergeet ik de poespas en sores van alledag”
Afgezien van de wintermaanden, rijdt Vincent regelmatig met de Rover. Vaak plezierritjes, maar ook gewoon naar de hockeyclub of zijn werk. Al is volgens Vincent elke trip - hoe kort ook - een plezierritje. “Dat begint al wanneer ik op de auto af loop. Waar zie je nu nog zo’n grote, lage coupé? Gaaf toch?
Omdat ze vooral voor de Amerikaanse markt werd ontwikkeld, is het een echt land yaught; lekker soft, je hoeft geen directe stuureigenschappen te verwachten. Is ook nergens voor nodig, de auto heeft vooral een rustgevend effect op mij. Achter het stuur vergeet ik de poespas en sores van alledag. Cruisecontrol op 110 en lekker toeren, in deze auto heb je nooit haast."
Snelle inhaalacties
"Maar begrijp me niet verkeerd, ze is ook in staat tot verbazingwekkend snelle inhaalacties. En in Duitsland is het geen probleem om met 150, 160 km/h te kruisen. En hoewel ze volgens de huidige normen niet snel is, heb ik bij het stoplicht menig oud GTI’tje weten te verrassen, haha.”
Wanneer Vincent de motor start, genieten we mee van de zijdezachte loop van de Honda-V6. Ondanks zijn leeftijd, klinkt de motor alsof-ie net van de productielijn in de Cowley-fabriek is gelopen: beschaafd en vertrouwenwekkend. Bij volgas gaat alleen de frequentie omhoog, de klankkleur blijft ingetogen, zoals een adellijke Brit betaamt. Ook al geldt de Rover slechts als poor man’s Rolls of poor man’s Bentley ...
Geen paniek om roest
Als late 800 zou Vincents auto behoorlijk goed moeten zijn. Maar inmiddels is-ie - pardon, zij - natuurlijk wel 32 jaar oud.
Vincent: “Alle elektrische accessoires werken nog, met uitzondering van de stoelverwarming. De afgelopen jaren heb ik wel het een en ander moeten vervangen. De grootste ingreep hebben we in 2021 laten doen: toen is de auto ontroest en grotendeels opnieuw gespoten.
Helaas laat hier en daar de blanke lak los en verschijnt er op sommige plekken weer roest. Maar daarvan raak ik niet meteen in paniek. Waar ik wel van baal, is de zogenaamde dash-lift. De bekleding van het dashboard en het handschoenenkastje laat los en dat ziet er niet uit. Hetzelfde geldt voor de voorstoelen, ook daar is het mooie wel vanaf.”
En hoe zit het met de techniek? “Van de klimaatregeling hebben we alleen de aircopomp hoeven vervangen. De motorkoeling heeft ook wat aandacht nodig; een paar weken geleden reed ik een file in en zag ik de temperatuurmeter ineens oplopen. Dan krijg je wel even de kriebels."
Koelvloeistofreservoir van Volvo
Twee jaar geleden hadden we het lekkende koelvloeistofreservoir al eens vervangen. We konden geen origineel exemplaar vinden, maar een Volvo-reservoir paste met enige aanpassingen ook. Dit keer is het probleem dat één van de twee koelvinnen niet aanslaat. Ik heb al een reserve-exemplaar in de kofferbak liggen. Inclusief het relaisblok voor de sensoren.”
“Maak ik ineens een klapper door een kuil heen, en poef: alles uit!”
Uiteraard stellen we ook Vincent de onvermijdelijke vraag: heeft-ie je weleens laten staan? “Ja, dat was wel grappig: een paar weken geleden voor het eerst. Ik reed ‘s avonds in het donker langs wegwerkzaamheden, maak ik ineens een klapper door een kuil heen, en poef: uit. Alles op zwart, niks deed het meer. Motorkap open, maar ik zag niks bijzonders. Gelukkig was het niet ver van huis en op een plek waar ik ‘m kon laten staan, dus liet ik de Wegenwacht pas de volgende ochtend komen.
Doe ik ‘s morgens de kap voor de Wegenwachter open, die meteen op een knop tegen het schutbord drukt. En wat denk je: alles deed het weer! Blijkt de auto een noodsysteem (inertia switch, red.) te hebben dat alles op non-actief zet als de auto een grote klapper lijkt te maken. En één druk op de knop volstaat om alles weer in werking te laten treden. Dat was achteraf wel lachen, al dacht ik ook: had ik nu maar even gegoogeld.”
Een Volvo?
Eén keer stilvallen met een 32-jarige auto is geen ramp, al is het natuurlijk nooit leuk. Waar Vincent wel van geniet, is de belangstelling die zijn Rover trekt. “Ik krijg regelmatig opgestoken duimen onderweg, en als ik ergens stilsta, zijn het vooral jongere mensen die op me afkomen en vragen wat het is. Sommigen denken een Volvo, maar ook Honda wordt weleens genoemd.”
'Wegdoen geen optie'
In tegenstelling tot zijn vader Olav, is Vincent is geen lid van de Nederlandse Rover’s Owners Club, wel van een Facebook-groep: “Onlangs zijn we naar een oldtimermeeting in Culemborg geweest en dat was hartstikke leuk. Maar voordat ik lid van een merkclub word, wil ik het liefst de diverse cosmetische dingetjes aanpakken.
Want een auto die ons zoveel plezier bezorgt, verdient beter. Of ze het economisch waard is? Dat is voor mij helemaal niet interessant. Maar los daarvan - motorisch is ze top en de automaat schakelt als een zonnetje. Wegdoen is geen optie.”
Foto's Auto Review / Igor Stuifzand
De Tiguan is de perfecte mix tussen kracht en comfort. Nu als hybride met 125 km* elektrisch rijbereik. Nu vanaf € 47.990